En weer is het internet prut. Het lukte me net
wel om even snel het korte verhaaltje van gisteren op de blog te zetten, maar
vervolgens weigerde de wifi alle dienst. En dus komt dit ook weer met een dag
vertraging online.
Vanochtend vroeg opgestaan in South Lake
Tahoe. Om 7.10 uur ging de wekker, want vanaf 8 uur kon je ontbijten. En daar
wilden we als eersten bij zijn om zo snel mogelijk op reis te kunnen. Dat lukte
allemaal. Om 8 uur was de auto ingepakt en konden we weg. Nog snel even wat
bagels, wafels en cereal en daarna met de auto op weg. Eerst een stuk door
Nevada in zuidelijke richting over
highway 395. We zagen goedkope benzine en dus maar even de tank gevuld. Daarna
door naar het zuiden. Na 2 uur rijden kwamen we in Bridgeport, dat in
tegenstelling tot de naam helemaal geen haven of brug heeft en ook niet aan het
water ligt. In de lokale supermarkt kochten we een paar veel te dure broodjes
die we meenamen voor de lunch. Om half twaalf waren we in Bodie, een spookstad
uit 1859.
Ooit werden er grote hoeveelheden goud gevonden, maar nu woont er niemand meer. In tegenstelling tot veel andere spooksteden is deze niet gecommercialiseerd maar nog in oude staat gelaten. De heenweg ging trouwens over een behoorlijk deel onverharde weg. Daar gaan we er nog veel meer van nemen. De auto, die we speciaal voor dit doeleind genomen hebben, doet het prima op de hobbelige weg. Nadat we rond hebben gekeken, rijden we een stukje door naar de picknickplek en eten daar onze broodjes op.
Doordat we steeds op grote hoogte zitten is de temperatuur goed te doen. 28 graden op 2400 meter hoogte. Na de picknick rijden we weer uit Bodie en nemen een andere onverharde weg in de richting van Mono Lake. Een meer waar vorig jaar het oudste levende organisme ter wereld is gevonden. Een bacterie weliswaar, maar toch. Aan de westkant van Mono Lake ligt Lee Vining. Daar halen we een milkshake, koffie en geld uit de automaat. We gaan Yosemite National Park in en daar is geld voor nodig. We rijden na Lee Vining naar de ingang van Yosemite. Die ligt op 3000 meter hoogte. Toen ik daar 3 jaar geleden in oktober was, lag er sneeuw, maar nu niet. We rijden door en stoppen onderweg bij het Visitor Center. Daar lopen we naar de rivier waar we pootje baden.
Lekker water. We zien een hert en een marmot en gaan weer naar de auto. Even verder is een meer waar Anna en ik in het water springen. Beetje koud, maar het is warm genoeg.
Daarna weer snel verder door het prachtige park. Bij Olmsted Point beklimmen we een heuse granieten berg. Die zijn zo glad dat je er zo op kunt lopen. Wel vermoeiend. Je hebt hier ook een prachtig uitzicht op Half Dome, de bult waar we vannacht onder slapen.
Na Olmsted is rijden we een heel eind voordat we van de andere kant, de westkant, Yosemite Valley inrijden. Daar heb je eerst een prachtig uitzicht op de hele vallei en daarna rijd je door totdat je plotseling El Capitan voor je ziet, een steile wand van 1 kilometer hoog. Die wordt door veel klimmers bedwongen, maar die doen er wel 3 tot 6 dagen over en hebben dan zo’n 90 kilo bagage bij zich. Wij rijden door en gaan naar Curry Village. Daar overnachten we in een heuse tent.
Bij het inchecken krijgen we uitleg over de berenprocedure. Geen etenswaren en dingen met geurtjes in de tent, maar alles in de bearbox. We gaan naar de tent. Het is allemaal wat krakkemikkig, maar we gaan ons redden. We hebben gelukkig de luxe versie, met houten wanden en een canvas buitenkant. De eerste beer die we zien is een wasbeer die rond de tenten scharrelt. Niet gevaarlijk, maar je wilt heb absoluut niet binnen hebben. Bij het parkeren van onze auto was er trouwens al een hert dat over de parkeerplaats scharrelde. Wilde dieren weten snel dat er eten te halen is. Als we de spullen in de tent hebben gezet lopen we naar Curry Village om wat te eten. De grill is al dicht, dus het wordt pizza. We nemen 1 pizza met zijn vieren. Wat drinken en wat fruitsalade erbij en je hebt een maaltijd. We kletsen wat met Duitsers die bij ons aan tafel zitten. Daarna lopen we naar de lounch om de wifi te proberen. Het lukt na veel gezeur om het verhaal van gisteren er op te krijgen, maar om een nieuw stukje te schrijven is een kansloze missie. Dat wordt morgenavond dus pas weer wat. Dan waarschijnlijk twee stukken vanuit Clovis. Nu proberen te slapen in een Amerikaans kampement. Of dat wat wordt weten we niet. Ondertussen ruikt alles hier naar rook door de bosbranden in de omgeving. Morgen maar eens kijken of er ook ergens vuur is.
Ooit werden er grote hoeveelheden goud gevonden, maar nu woont er niemand meer. In tegenstelling tot veel andere spooksteden is deze niet gecommercialiseerd maar nog in oude staat gelaten. De heenweg ging trouwens over een behoorlijk deel onverharde weg. Daar gaan we er nog veel meer van nemen. De auto, die we speciaal voor dit doeleind genomen hebben, doet het prima op de hobbelige weg. Nadat we rond hebben gekeken, rijden we een stukje door naar de picknickplek en eten daar onze broodjes op.
Doordat we steeds op grote hoogte zitten is de temperatuur goed te doen. 28 graden op 2400 meter hoogte. Na de picknick rijden we weer uit Bodie en nemen een andere onverharde weg in de richting van Mono Lake. Een meer waar vorig jaar het oudste levende organisme ter wereld is gevonden. Een bacterie weliswaar, maar toch. Aan de westkant van Mono Lake ligt Lee Vining. Daar halen we een milkshake, koffie en geld uit de automaat. We gaan Yosemite National Park in en daar is geld voor nodig. We rijden na Lee Vining naar de ingang van Yosemite. Die ligt op 3000 meter hoogte. Toen ik daar 3 jaar geleden in oktober was, lag er sneeuw, maar nu niet. We rijden door en stoppen onderweg bij het Visitor Center. Daar lopen we naar de rivier waar we pootje baden.
Lekker water. We zien een hert en een marmot en gaan weer naar de auto. Even verder is een meer waar Anna en ik in het water springen. Beetje koud, maar het is warm genoeg.
Daarna weer snel verder door het prachtige park. Bij Olmsted Point beklimmen we een heuse granieten berg. Die zijn zo glad dat je er zo op kunt lopen. Wel vermoeiend. Je hebt hier ook een prachtig uitzicht op Half Dome, de bult waar we vannacht onder slapen.
Na Olmsted is rijden we een heel eind voordat we van de andere kant, de westkant, Yosemite Valley inrijden. Daar heb je eerst een prachtig uitzicht op de hele vallei en daarna rijd je door totdat je plotseling El Capitan voor je ziet, een steile wand van 1 kilometer hoog. Die wordt door veel klimmers bedwongen, maar die doen er wel 3 tot 6 dagen over en hebben dan zo’n 90 kilo bagage bij zich. Wij rijden door en gaan naar Curry Village. Daar overnachten we in een heuse tent.
Bij het inchecken krijgen we uitleg over de berenprocedure. Geen etenswaren en dingen met geurtjes in de tent, maar alles in de bearbox. We gaan naar de tent. Het is allemaal wat krakkemikkig, maar we gaan ons redden. We hebben gelukkig de luxe versie, met houten wanden en een canvas buitenkant. De eerste beer die we zien is een wasbeer die rond de tenten scharrelt. Niet gevaarlijk, maar je wilt heb absoluut niet binnen hebben. Bij het parkeren van onze auto was er trouwens al een hert dat over de parkeerplaats scharrelde. Wilde dieren weten snel dat er eten te halen is. Als we de spullen in de tent hebben gezet lopen we naar Curry Village om wat te eten. De grill is al dicht, dus het wordt pizza. We nemen 1 pizza met zijn vieren. Wat drinken en wat fruitsalade erbij en je hebt een maaltijd. We kletsen wat met Duitsers die bij ons aan tafel zitten. Daarna lopen we naar de lounch om de wifi te proberen. Het lukt na veel gezeur om het verhaal van gisteren er op te krijgen, maar om een nieuw stukje te schrijven is een kansloze missie. Dat wordt morgenavond dus pas weer wat. Dan waarschijnlijk twee stukken vanuit Clovis. Nu proberen te slapen in een Amerikaans kampement. Of dat wat wordt weten we niet. Ondertussen ruikt alles hier naar rook door de bosbranden in de omgeving. Morgen maar eens kijken of er ook ergens vuur is.
Temperatuur 28 graden. Nu om 22 uur ook nog.







Geen opmerkingen:
Een reactie posten