En weer een verslagje vanuit een Mexicaanse fruitplukkersstadje in het oosten van California. Dit keer Lindsay dat te midden van de sinaasappels, olijven, perziken, citroenen, druiven en andere bomen ligt. En daarlangs stroomt een groot irrigatiekanaal, want anders overleeft hier geen enkele boom.
Vanmorgen begonnen we in Clovis. Dat is een wat grotere stad die weer aan een nog grotere stad, Fresno, is vastgegroeid. Maar ook hier overal fruit, noten en ander spul waar veel warmte voor nodig is. Het motel had geen ontbijt, behalve wat koffie en sap en dus togen we maar weer naar de IHOP. Dat is Thom's favoriet geworden. Pannenkoeken, spek en eieren. Heerlijk. 1250 calorieën want dat moet er tegenwoordig allemaal bijstaan. Gek wordt je er van. Na de IHOP rijden we in volle vaart naar het oosten, richting Kings Canyon en Sequoia National Park. De eerste stop in Grant Cove, waar direct al de derde grootste boom in volume, de General Grant staat. Hier staan echt gigantische bomen. Zo groot dat je pas ziet hoe groot als er iemand of een auto naast staat.
Als we aan komen rijden steekt er nog net even een hert voor ons de weg over. Gelukkig raken we hem niet zoals het eekhoorntje gisteren. (Ja, die eerste roadkill was ik gisteren nog vergeten, maar die beesten maken er een sport van om met de staart recht omhoog net voor je auto over te steken. Deze was niet meer te ontwijken).
We maken de rondwandeling langs de woudreuzen en houden af en toe halt voor wat extra info of wat mooie plaatjes.
Het is geen lange wandeling en al snel zitten we in de auto voor het volgende doel. Kings Canyon. Dit is het rustigste National Park van Amerika, want je moet eerst een tocht van bijna 50 kilometer over zeer bochtige en steile wegen afleggen voordat je er bent. En dat doen niet veel mensen. Wij wel en we worden beloond met een prachtig gezicht op de Canyon. Dieper dan de Grand Canyon. We wandelen naar de Roaring Creek Falls waar inderdaad een waterval is, maar van Roaring weinig sprake is. Dat zal in het voorjaar anders zijn.
Overal staan waarschuwingsborden dat er ieder jaar minstens 1 persoon verdrinkt in de rivier. Nu is het een rustige bergbeek. We rijden het hele stuk omhoog weer terug totdat we bijna weer bij Grant Cove zijn. Iets daarvoor slaan we af naar Hume Lake waar we gaan zwemmen.
Het is een mooi meer, maar de zuidkant van het meer is gekaapt en heet Christian Camp. En van die mensen zijn er in Amerika veel en die sturen hun kinderen blijkbaar allemaal naar dit afgelegen oord. Komen ze ook niet in aanraking met de verleidingen van het leven. Maar dat weerhoudt ze er niet van om een enorme herrie langs die meer te maken. Jezus nog aan toe. Wij zwemmen aan de andere kant er lekker op los. Het koelt mooi af in deze hitte.
Na het zwemmen is het tijd geworden om verder zuidwaarts te rijden. Door het prachtige Sequoia National Forest naar het nog mooiere Sequoia National Park. Ons doel aldaar is General Sherman, het grootste levende wezen op aarde. Een boom dus en in volume de grootste boom ter wereld. Niet de hoogste of de dikste, maar met de grootste inhoud. Ze hebben een gloednieuwe parking gemaakt die we in eerste instantie voorbij rijden, maar gelukkig na een halve mijl terugrijden wel vinden. Vanaf de parking wandelen we een eind naar beneden voor de boom. Als we er bijna zijn, komt iemand opgewonden melden dat er een beer te zien is, iets verderop. En ja hoor.
Een Black Bear scharrelt wat rond op zoek naar bessen of iets anders eetbaars. We maken in recordtempo tientallen foto's voordat het beest weer in het struikgewas verdwijnt. Een beer is niet iets waar je achteraan gaat voor nog meer foto's. Maar dit was natuurlijk fantastisch. We hadden dagen uitgekeken, eten in bear boxes gedaan, tijdens wandelingen alles met een geurtje meegenomen, koelboxen leeg en open in de auto gelaten en dan wordt al die moeite beloond met de aanblik van een echte beer. Super dus.
Daarna hebben we het gehad en nemen de gratis shuttlebus naar de parking. Die hele klim omhoog laten we in verband met de warmte maar zitten.
Daarna begint de lange tocht maar ons motel. (Drie jaar geleden met Annejan Klaas en Robert zijn we niet zover gekomen, toen was de weg namelijk een uur afgesloten en zijn we teruggegaan om geen uur te hoeven wachten. Nu pas blijkt dat een prima keus te zijn geweest, want deze weg had ons veel meer tijd gekost dan terug te gaan en om te rijden). Het is een enorme steile, kronkelige en op sommige plekken smalle weg, maar uiteindelijk komen we toch in Lindsay aan. We zoeken ons Super 8 motel en brengen onze spullen weg.
Dan nog wat eten. We kiezen voor de Burger King. Helaas, helaas, de gril is stuk. Geen vlees, alleen kip. Dan maar naar de overkant naar de Mac, want Anna wilde toch nog proberen of de Big Mac in Amerika net zo smaakt als in Nederland. En dat is zo. Jammer genoeg voelt Thom zich niet zo lekker. Na het bezoek aan de Mac stoppen we Thom in bed, gaan Chris en Anna nog even de pool in en schrijf ik dit stukje. Internet werkt hier weer fantastisch. Zo zou het altijd moeten. Tot morgen en weltrusten maar weer.
O ja, voor de weer-geïnteresseerden. Het was vandaag zonnig, onbewolkt en is het dal 36 graden. In de bergen boven de 2 kilometer was het weer 28 graden.






Geen opmerkingen:
Een reactie posten