En de wekker gaat weer om half zeven, maar een paar keer op snooze en het is zo zeven uur. Dat geeft ook niet, want vandaag hoeven we niet zo ver. 67 kilometer zijn gepland, maar het worden er bij ons altijd ietsje meer. Het ontbijt is, zoals gewoonlijk, weer prima. We smullen er van en eten natuurlijk weer iets teveel. De Snickers kon ik natuurlijk ook niet laten liggen. De fietsen stonden nog netjes in de garage en de accu’s waren weer vol. Toen we ze bepakt hadden, konden we vertrekken. Na 100 meter nog even terug, want ik had mijn handschoenen nog op het tafeltje laten liggen. De eerste kilometers gingen weer door Traunstein langs de plekken die we gisteravond ook al gezien hadden. Aan het einde van de markt daalden we nu wel af naar de rivier de Traun. We fietsten er even langs en begonnen toen aan de overkant aan onze eerste beklimming van de dag. Die leverde gelijk een mooi overzicht over Traunstein op. We fietsen door een glooiend landschap en merken dat het met een zonnetje inderdaad een stuk makkelijker fietst dan met de regen. Het is zo een stuk mooier, want we zien nu de bergen ook eens. Die zaten de hele tijd in de wolken. Het lijkt wel of de stijgingen vandaag een stuk steiler zijn dan de voorgaande dagen. Gelukkig helpt de accu van de ebike ons met deze grotere uitdaging. Na een tijdje komen we bij een aardige kerk op een heuvel die bij een klooster blijkt te horen. Even kijken. Het interieur van de kerk laat zich alleen van een afstandje bekijken, want er zit een groot hek voor. Jammer. Daarna weer door. In Anger komen we een bakker tegen. Nog wel eentje van Demeter, dus dat betekent gezond eten van moeder aarde. Ik heb een hennepcake met noten en chocolade. Heeft geen bijwerkingen gelukkig en smaakt goed. De koffie is ook verantwoord en prima. Hierna fietsen we door en komen op een heuse bierfietsroute. Langs verschillende stations krijg je informatie over hoe bier gemaakt wordt uit producten van het land. Interessant, maar al lang bekend natuurlijk. De eerste grote plaats die we vandaag tegenkomen is Bad Reichental. Een echte mondaine badplaats. We komen langs het koninklijke Kurpark en kunnen daar natuurlijk niet omheen. We parkeren de fietsen en lopen een rondje. Interessant, want men heeft in de 18e eeuw gezocht naar een manier om het sole water, gebruikt voor de zoutbaden, zouter te krijgen van 6,5 procent zoutgehalte naar 22,5 procent. Daartoe werden hoge houten wanden gebouw waarin takkenbossen zaten. Door het water in de warme zon langs deze takken te laten stromen, zou het water beneden aan zouter moeten zijn. Heden ten dage staat er nog steeds zo’n wand waar water langs sijpelt. Als we dit allemaal aanschouwd hebben, gaan we op zoek naar een oplaadpunt voor onze fiets. We moeten namelijk nog een beste klim op en het zou mooi zijn als we wat extra stroom hadden. Maar……. In dit hele kuuroord is niks te vinden, alleen bij de S bank staan kastjes waar je in kunt laden, maar daar passen onze accu’s niet in. Jammer maar helaas. Dan maar weer doorfietsen. Bij de Edeka is een bakker met lekkere dingen. We schuiven aan en bestellen lekkere broodjes. Dat levert ons een heerlijke lunch op. Hierna begint de echte klim. We moeten een pas over om in Berchtesgaden te komen. Dat lukt uiteindelijk zonder al te veel moeite. Onderweg proberen we nog een cache te vinden die op de grens met Oostenrijk moet liggen. Tevergeefs, hij is te lastig verstopt. Na de beklimming volgt de afdaling, helemaal naar Berchtesgaden. Hier kijken we kort rond, eten een ijsje op een heel erg druk terras en vertrekken weer. Dit massatoerisme is niks voor de rustige afstandsfietser. De hele dag rust en dan plotseling hele massa’s mensen. Dat went slecht. We fietsen verder naar Schönau. Hier is ons pension Bergydill. We besluiten eerst onze bagage daar naartoe te brengen en dan naar de Köningssee te fietsen. En zo doen we het ook. We nemen onze intrek in kamer 2 en laten daar onze spullen achter. Nog wel even douchen en in de ‘gewone’ kleren, maar dan toch de laatste twee kilometer van de Bodensee-Königssee Radweg. Het viel uiteindelijk wel mee, al was de accu van de ebike vaak wel erg nodig. Er zaten hele venijnige klimmetjes in de route. De Königssee is prachtig, maar ook hier veel teveel mensen. Ze zouden een maximum van een paar honderd per dag moeten toelaten. Nu komen er duizenden en dat werkt natuurlijk niet. Dan gaat de schoonheid van zo’n gebied er wel aan. We kijken even rond, laten een foto van ons maken en fietsen naar de andere kant om nog even rustig een paar foto’s te maken. Daarna terug naar de Achestüble, een klein restaurantje dat we op de heenweg al hadden gezien en dat vlakbij ons pension is. We eten er lekker en fietsen tussen twee buien door terug naar Bergydill. Daar blijkt dat de wifi niet tot in de kamer reikt en daarom zit ik nu in de ontbijtzaal in het donker (waar is de lichtknop?) dit verhaal te tikken. Nog even snel de video afmaken en dan naar bed. Tot morgen. Dan hopelijk het Adelaarsnest.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten