We hebben redelijk geslapen, behalve dat de buik van Christien weer opspeelde midden in de nacht. We staan rustig op en gaan naar het ontbijt. Voorzichtig ontbijten met wat toast en watermeloen. Daarna naar de stad. Vlakbij het hotel ligt het Nederlandse kerkhof. Malakka was tussen 1641 en 1795 een Nederlands steunpunt voor de handel van de VOC met Indie. Dat betekent dat er een bestuur en militairen gelegerd waren. Ook huisden er verschillende Nederlandse kooplieden. Op het Nederlandse kerkhof zijn nog maar vier Nederlandse graven, de rest is van de Britten die ons in 1795 af losten. Chris krijgt weer kramp en we lopen toch maar even terug naar het hotel. Het gaat allemaal nog wel, maar toch besluiten we dat ik de hoogtepunten van Malakka even alleen ga bekijken. Via Whatsapp foto's en video houden we contact. Chris rust nog even uit. Na twee uurtjes ben ik weer terug. De Nederlandse kerk, het Stadthuys, Jonker Walk, een straat daar achter met een groot aantal Chinese tempels. Opvallend weinig (geen) westerse toeristen. In Taman Negara was het harstikke druk met Nederlanders, hier, waar je ze zou verwachten, is er geen een. Wel veel Maleisiërs, Chinezen en ik denk ook redelijk wat inwoners van Singapore. Dat ligt hier immers maar 2 uur rijden vandaan. Als ik weer in het hotel ben, gaan we naar het zwembad om even af te koelen. Dat lukt prima. Om kwart voor twaalf verlaten we definitief het hotel en brengen onze spullen naar de auto. Chris is inmiddels weer wat beter en we beklimmen toch nog even de heuvel van de Pauluskerk. Vandaar een mooi uitzicht over de Straat van Malakka tussen Maleisië en Indonesië. In de kerk veel grafstenen van Nederlanders. Toch wel bijzonder als je bedenkt dat deze mensen meer dan 10000 km van huis begraven zijn. Of was dit hun thuis? We lopen terug naar de auto, starten de motor en geven de airco 2 minuten voorsprong. Het is al weer heet. We rijden de stad uit en de snelweg naar Kuala Lumpur op. Bestemming is het vliegveld, want we vliegen vandaag naar Langkawi, een eiland helemaal in het noorden van Maleisië. Onderweg stoppen we nog even om wat te eten. De keuze valt op KFC, lekker veilig hopen we. We zitten boven de snelweg met uitzicht op de voorbij razende auto's. Na het eten weer verder. Vlak voor het vliegveld nog even bij Petronas tanken om de auto weer vol in te leveren. Ook dat gaat soepeltjes. We parkeren op dezelfde plek als waar we de auto hebben opgehaald. Hawk, de verhuurmaatschappij heeft maar drie auto's, lijkt het. Meer plekjes zijn er niet. We leveren de sleutels en het kaartje van de parkeergarage in bij de balie en zijn direct klaar. Daarna naar de incheckbalie. Airasia is volledig geautomatiseerd. Je print je boardingpass en je bagagelabel bij een automaat, bevestigd het label zelf aan je koffer en brengt dan je koffer naar de bagagedrop. Daar scan je boardingpass en kofferlabel zelf en de koffer verdwijnt op de band. Komt verder niemand meer aan te pas. Zonder bagage gaan we door security. Dat gaat ook makkelijk. Zo makkelijk dat Christien zelfs een fles water aan de zijkant van haar rugzakje vergeet en zonder problemen mee kan nemen. Waar doen we het allemaal voor? We zoeken onze gate op en gaan in de buurt daarvan zitten. Nog drie uur te gaan. Tijd voor een sapje en een broodje.
Het wachten op een vliegveld duurt nooit heel erg lang, omdat er altijd wel iets te zien is. Om tien over zes gaan we naar de gate, want het boarden gaat beginnen. Dat wordt moeilijk, want ons vliegtuig is er nog niet. Die komt om half zeven en vlak daarna mogen we aan boord. De vlucht zelf is erg kort. We zijn nog maar net opgestegen en hebben iets te eten gekregen of we beginnen al weer te dalen. We landen in het donker op Langkawi. Als we de terminal inkomen om onze bagage bij de band op te halen is er een lange rij met hokjes waar mensen in zitten die aanbiedingen naar je roepen over vervoer en van alles wat. We blijven van een afstand kijken, geen idee wat ze willen. Maar verder wordt je op het hele vliegveld nergens meer mee lastig gevallen, dus dat is mooi. Als we de bagage hebben lopen we naar buiten. Via de beproefde Grab app bestellen we een auto die er al is. Dat gaat dus snel. In een kwartiertje rijdt hij ons naar Fuuka Villa, ons verblijf voor de komende vier nachten. Het ziet er prima uit. Mooi zwembad en mooie kamer. Alleen het bordje met het verzoek om niet te roken en geen alcohol in de kamer te drinken doet de wenkbrauwen fronsen. Maar goed, daar komen we wel uit. We kleden ons om en plonsen in het zwembad dat blijkbaar de hele dag van de blakende zon heeft mogen genieten. Erg warm water. Als we er in liggen horen we plotseling van over het muurtje vreemde ritselende geluiden. We gaan kijken en zien een hele kudde waterbuffels langslopen. Geen idee waar ze naar op weg zijn. Wel vreemd om die beesten in het donker in een rij langs te zien scharrelen. Na het zwemmen nog even voetbal kijken en dan dit verhaal schrijven. Daarna is het tijd om weer te gaan slapen.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten