Geen wekker vandaag en daarom zijn we aan de late kant. Rustig douchen en om een uur of negen lopen we pas naar beneden naar de rivier. Het is overal erg rustig, want de tours die georganiseerd worden, beginnen om half of kwart voor negen. Als wij bij de drijvende restaurants komen, is er bijna niemand meer. We kiezen een restaurant en pakken een tafeltje bij de rivier. Het ontbijt is prima, ze hebben namelijk toast met jam, koffie en roerei voor 8 ringgit, 1,60 dus. Ik bestel nog een pannenkoek met honing erbij, maar die komt nooit aan. Als het op is betalen we en lopen naar een ander huisje aan de rivier vanwaar het veerbootje naar de andere kant vertrekt. We gaan vandaag het oerwoud in. Daarvoor moet je eerst langs het parkkantoor waar je 1 ringgit moet betalen voor de toegang tot het park en 5 ringgit per apparaat waar je foto's mee kunt maken. Dat geldt dus ook voor mobiele telefoons. Als we betaald hebben beginnen we aan onze jungletocht. De nachtwandeling van gisteren heeft ons geleerd waar je op moet letten en tijdens de tocht naar Bukit Teresek (een heuvel met uitkijkpunten) komen we dan ook verschillende planten en dieren tegen die de moeite waard zijn. Een van de slangen die we gisteren zagen licht nog steeds op dezelfde plek. Dat had de gids gisteren al gezegd, ze blijven er 2 tot 3 dagen liggen om alles wat langskomt te bejagen. Ik slaag er in om het te verjagen met het focuslampje van mijn camera. Verderop zien we een monitor lizard, een grote hagedis die wel een meter lang kan worden. Deze is een halve meter. Boven ons hoofd een giftige centipede die naar beneden valt als ik er onder door loop. Gelukkig mis. De tocht is behoorlijk uitputtend, want we lopen eigenlijk continue omhoog. Dat is ook niet zo gek als je een heuvel op loopt. We hebben genoeg water mee en dat gebruiken we dan ook veelvuldig. Boven genieten we twee keer van de uitzichtpunten en keren dan weer om richting de rivier. Dan heb je pas door hoeveel je omhoog bent geklommen en hoe vermoeiend het allemaal is. We zijn allebei drijfnat van het zweet. Maar goed, uiteindelijk hebben we het toch gedaan. De totale wandeling is 6 kilometer, maar is niet te vergelijken met de tochten van 25 kilometer die ik thuis loop. Als we terug zijn bij de rivier laten we ons weer overzetten en lunchen in een drijvend restaurant. Kipburger. Sorry. Maar wel lekker. Daarna terug naar het guesthouse om te douchen en om te kleden voor het volgende avontuur, de boottocht over de waterval naar een dorp van de Batek, de laatste originele bewoners van Maleisië. Maar daarover later meer.
Later en dus meer. Van de Batek zijn nog 18 dorpen over in het Taman Negara Park. Vanaf de aanlegplaats in Kuala Tahan varen we met een langgerekt bootje met een krachtige motor de rivier op af en toe moet je dan een stroomversnelling op en komt het water met grote golven over boord. We zijn dan ook doornat als we bij het dorp aan de rivier aankomen waar de Orang Asli of oorspronkelijke bewoners zich nog bevinden. Jagers en voedselverzamelaars voor een heel klein deel in de moderne wereld, maar voor het grootste deel nog levend in en van het oerwoud. Hoe lang ze hier nog zullen zijn na al die contacten met de toeristen die hier elke dag hun dorp komen bezoeken is niet te zeggen. Lang zal het voor deze gemeenschap in ieder geval niet meer duren. Hun kinderen gaan dit jaar ook voor het eerst naar school in Kuala Tahan. Ze worden nog wel gescheiden gehouden van de andere kinderen, maar dat kan natuurlijk nooit lang goed gaan. Misschien dat de dorpen die verder het oerwoud in wonen het langer vol houden. We krijgen wat informatie over de Batek van onze gids en het vuur maken (in 45 seconden) en het maken en gebruiken van blaaspijpjes wordt gedemonstreerd. Daarna mogen we nog even door het dorp, maar je voelt je vreselijk ongemakkelijk, want je maakt een behoorlijke inbreuk op de privacy van deze mensen die eigenlijk op zichzelf, afgesloten van de wereld moeten en willen leven. We zijn dan ook snel weer bij de boot die ons in hoog tempo weer terugbrengt naar Kuala Tahan. We wandelen drijfnat naar ons guesthouse. Gelukkig is mijn andere broek gewassen en gedroogd, zodat ik toch nog droge kleren heb. We eten snacks in de kamer, doen een dutje en voor we er erg in hebben is het half negen. Tijd voor de nachtelijke safari. We worden opgehaald door een Toyata Landcruiser met open achterkant. Bovenop het dak zitten Fransen, Russen en Oekraïners en achterin zes Nederlanders. Uiteraard allemaal jongelui en twee oudjes, wij dus. Wel gezellig. We zien geen enkel dier en kletsen honderduit totdat een van de Fransen boos wordt en ons tot stilte maant. Ze willen graag wilde dieren zien. We rijden over een gloednieuwe weg en voorop zit de gids die met een schijnwerper op zoek is naar de glinsterende ogen van dieren. Niets. We draaien een bospad in en de mededeling wordt gedaan dat dit olifantengebied is. Spannend, maar we zien weer geen enkel dier. Gisteren toen we met ons autootje langs Maleise wegen reden, staken er regelmatig apen over. Nu helemaal niets. Totdat we weer bijna bij ons guesthouse waren. Daar schiet een wild zwijn de struiken in. Ik zie nog net zijn achterwerk. Dus na twee uur achterin een terreinwagen te hebben gezeten is de kont van een varken het enige wild dat we gezien hebben. Dan kun je beter te voet door het oerwoud gaan, dan zie je veel meer. Gelukkig zijn we weer thuis. We duiken ons bed in, tikken nog even dit verhaaltje af en gaan lekker slapen. Tot morgen.

 |
| Tarzan |
 |
| Jane |
 |
| Maleisische blaaspijpjager |
Geen opmerkingen:
Een reactie posten