Dinsdag 16 oktober
We worden uiteraard weer
vroeg wakker en bellen maar weer eens een station met tv dominees door naar
Klaas en AJ. Na de gebruikelijke douche lopen we gezamenlijk naar de lobby waar
een ontbijtje op ons wacht. Het is verbazingwekkend dat er in de mooie hotels
geen ontbijt is en in de vervallen tenten wel. Maar goed, we laten het ons goed
smaken, maar vol wordt je er niet van. Als de cereal achter de kiezen is,
pakken we de auto in en kiezen we het hazepad. Robert rijdt en maakt goede sier
op de snelweg. Voordat we het weten hebben we het grootste deel van de afstand
naar Washington afgelegd en zijn we een groot deel van Virginia doorgereden. In
het dorpje Woodstock (nee, niet het Woodstock) zoeken we een restaurant om het
magere ontbijt uit Roanoke wat aan te vullen. We rijden uiteraard eerst de
verkeerde kant op, maar als we omdraaien komen we langs een enigszins
krakkemikkige tent, de Sunrise Cafe, maar van binnen worden we hartelijk
onthaald en krijgen we de oude vertrouwde menukaarten gepresenteerd. De keus is
niet al te moeilijk en even later zitten we aan een vertrouwd, verlaat ontbijt.
De koffie die erbij geserveerd wordt is niet slecht en zit voor de verandering
ook eens in stijlvolle mokken. Het toilet in deze instelling verkeert in
deplorabele toestand. De verdere klandizie bestaat uit louter bejaarden en die
zal dat wel niet zoveel uitmaken. ’t Is lastig mikken op hoge leeftijd. Als de
keuringsdienst van waren eens langskomt dan zullen ze daar een probleem hebben.
De niet bejaarden van die dorp is er niet en da’s een goed teken. Die zijn
tenminste aan het werk. Waarschijnlijk op de militaire academie die dit dorp
rijk is. Als we afgerekend hebben moeten de boys natuurlijk nog weer even
paffen. Je komt nooit echt snel weg.
Langzaam weg gaat ook goed.
AJ neemt het roer over en stuurt ons verder in Noordelijke richting. We hadden
even het plan om naar Winchester te gaan voor de Civil War sites, maar als ik
de kaart in de auto bestudeer zie ik dat we ook langs Mannassas komen. Daar
heeft de eerste echte veldslag uit de burgeroorlog plaatsgevonden en dat is nu
een National Battlefield.
Het is wel wat verder rijden, maar dat moet dan maar.
Na anderhalf uur draaien we de parkeerplaats op en zetten onze auto voor een
stijlvol pand. Het is het visitor center. We lopen binnen en zien direct dat we
op de juiste plek zitten. Hier is wat te beleven. Of in ieder geval was hier
150 jaar geleden wat te beleven. Zoals Amerikanen dat kunnen hebben ze er weer
wat moois van gemaakt. In het gebouw is een kleine tentoonstelling en een
winkeltje en buiten kun je een route lopen over het slagveld. Er staan kanonnen
en karren en informatiepanelen. Bij sommige van deze panelen zit een knopje dat
er voor zorgt dat je een heel verhaal te horen krijgt terwijl je over de velden
uitkijkt. Mooi gedaan. Na verloop van tijd komen we bij de verdediging van de
zuidelijken en daar staat ook het standbeeld van Stonewall Jackson. Weer mooi
hoor. Als we het uitgebreid bekeken en gefotografeerd hebben, lopen we terug
naar het gebouw. We neuzen wat rond in het winkeltje waar diverse Civil War
spulletjes te koop zijn. We kopen wat speelkaarten en een Klaas neemt een grijs
hoedje. Nu is hij van het zuiden. In het museum blijkt met lichtjes de hele
slag te worden nagespeeld en dat is zeer het bekijken waard. Vooral de
opmerking dat de bevolking van Washington in koetsjes gekomen was om de
veldslag te bekijken en in grote haast de aftocht moest blazen sloeg aan. Dat
is toch een van de hoogtepunten van de oorlog geworden. Maar goed, we moeten
weer verder, want vanavond staat er in Washington nog meer op het programma.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten