We slapen vandaag zelfs uit. Ik tenminste, want ik slaap goed op harde bedden en dit bed is echt mega hard. Nog net geen beton. Chris heeft het er een stuk moeilijker mee, want die houdt juist van wat zachtere matrassen. Ik word op half
negen wakker gemaakt. Snel onder de douche en naar het ontbijt, want we hebben
nog meer te doen vandaag. Het ontbijt is prima. En dat is ook het enige in dit
vakantiehotel. De kamers zijn wat gedateerd, de gordijnen sluiten niet en voor één
raam zit helemaal geen gordijn, zodat het ’s ochtends veel te licht is in de
kamer. Verder ziet de buitenkant van het hotel er niet meer uit en is de
verlichting van de eerste twee letters van Hotel kapot. Onvergeeflijk. Dat
repareer je direct, of je sluit het hotel. Foei. Het ontbijt is echter prima.
Ik ben helemaal gewend aan het Japanse ontbijt en vandaag zijn er zelfs drie soorten
makreel. Heerlijk. Als we het op hebben pakken we onze spullen en checken uit.
In een uur rijden we naar Nagasaki waar we een parkeerplaats zoeken bij het
Peace Park. Inmiddels zijn we gewend aan de Japanse manier van parkeren. Heel
veel kleine parkeerplaatsjes, daar waar er maar ruimte voor is. We parkeren
vlakbij de ingang. Eerste gaan we echter naar het epicentrum van waar de tweede
atoombom is gevallen op 9 augustus 1945. Eigenlijk het hypocentrum, want de bom
is tot ontploffing gebracht op 500 meter hoogte. Met verschrikkelijke gevolgen.
75000 mensen waren direct dood door de schokgolf en de vuurbal van 1000 graden
heet. 75000 mensen waren in meerdere of mindere mate gewond geraakt en gingen
veelal later nog dood. Door de ligging van Nagasaki in een smal dal en door de
ontploffing op hoogte viel het uiteindelijk allemaal relatief nog mee. Maar in één
klap ontstond er de hel op aarde voor de mensen die hier woonden. De gedachte
hieraan laat je niet koud. Sterker, het had een behoorlijk impact op mij.
Tegelijkertijd bedenk je je dan dat we tegenwoordig ook weer geregeerd worden
door een verzameling domme nitwits met een ego dat zijn weerga niet kent. En
dus kan dit ook zo weer gebeuren. Er is niet veel voor nodig. We bekijken de
overblijfselen van een kerk en de monumenten die ter nagedachtenis zijn opgericht.
Daarna wandelen we naar het Peace Park met het beroemde Peace Monument. Ook
hier erg veel beelden die door landen en steden geschonken zijn voor het park.
Er staan veel beelden uit voormalig communistische landen. Die predikten altijd
de vrede, maar zelf was het er niet altijd pais en vree. Er is ook een mooi beeld
van zusterstad Middelburg. Nagasaki en Nederland hebben een speciale band uit
het verleden, dus vandaar ook dit beeld.
Hierna gaan we met het autootje naar Dejima. Ook daar weer een kleine parkeerplaats
gevonden. We lopen naar de ingang van het voormalig eilandje Dejima en kopen
een kaartje om naar binnen te mogen. Ik heb er geen voorstelling van, maar er
blijkt dus een prachtig ingericht openluchtmuseum te zijn van de vroegere
handelspost van de VOC. In 1639 werden de Hollanders van Hirado hier naar
Dejima verplaatst nadat de Portugezen verjaagd waren. Die Portugezen hadden één
groot nadeel, ze probeerden altijd de lokale bevolking te bekeren. Dat moest
van hun baas, de katholieke kerk. Maar dat brak ze overal op. In Malakka werden
ze verdreven door de lokale vorst die samenwerkte met de Nederlanders en in
Japan werd het christendom in zijn geheel verboden en werden de Portugezen in
1637 het land uit geschopt. Hun plek werd dus ingenomen door de Hollanders die
dat geloof niet zo belangrijk vonden. Die waren veel meer geïnteresseerd in
handel en geld verdienen en dan wilden de Japanners ook wel. En zo werd de Nederlandse
handelspost in Dejima geborden. En gedurenden 220 jaar waren de Nederlanders de
enigen die handel mochten drijven met Japan. Alles liep via de Hollanders. Als
de Engelsen goedkoop porcelein uit Staffordshire wilden verkopen aan Japan, dan
ging dat via de Nederlanders en Dejima. En als de Chinezen suiker nodig hadden
dan ging dat via Dejima. Een lucratieve plek dus. En van Dejima is nu dus en
prachtig openluchtmuseum van hoge kwaliteit gemaakt. We kijken uitgebreid rond
en als het restaurant ook lunch had gehad, dan waren we nog langer gebleven,
maar om drie uur is het echt tijd om te lunchen. We zoeken een restaurantje
vlakbij. Ergens bij een trap omhoog staat een bord met lunchgerechten. We gaan
omhoog en er blijkt een heel leuk tentje te zitten. En er blijkt ook nog een
meisje te werken dat Nederlands praat. Haar vader is Nederlander en ondanks dat
ze al twaalf jaar in Japan woont, spreekt ze nog steeds vloeiend Nederlands. Bijzonder.
En het eten is er ook nog eens heerlijk. Chris besteld een quiche en ik heb de
hamburger. Heerlijk. Na het eten raken we nog even in gesprek met het
Nederlandse meisje. Blijkt dat haar vader onder andere in Emmen heeft gewoond.
Da’s vlakbij. Maar niet gezegd dat het een verschrikkelijke plek is 😊 We nemen afscheid en gaan dan met het typische
vervoermiddel van Nagasaki, de tram, naar onze volgende bestemming, Glover
House en Glover Garden. Een Japanse toeristische attractie van formaat, want dit
is de plek waar vanaf 1859, toen Japan open ging voor handel met veel meer westerse
landen dan alleen Nederland, de buitenlanders zich gingen vestigen. En Glover
is daar een voorbeeld van. Hij richtte ook nog eens brouwerij Kirin op, die
tegenwoordig een van de grootste in Japan is. Zijn zoons starten het Banzai
frisdankenmerk. Ze verdiende dus veel geld en lieten hier hun huizen bouwen. En
dat vinden Japanners mooi. Westerse huizen met mooie tuinen. Het ligt op een
heuvel en de uitbaters van dit openluchtmuseum hadden een ingenieus plan. De hebben namelijk roltrappen aangelegd die
je helemaal naar boven vervoeren. En dan maak je zelf een vrij makkelijke
wandeling bergaf, langs alle bijzondere plekken. Weinig inzet, weinig moeite. Onderweg
zien we een cruiseschip waarvan we de opvarenden ook al tegen waren gekomen. Dat
is ook de reden waarom Glover House zo populair is, het ligt recht tegenover de
cruiseschepenhaven. De weg naar boven is ook een winkelstraatje met souvenirwinkels
geworden. Als we alles gezien hebben, nemen de tram weer terug naar onze auto.
En met onze auto rijden we dan in 4 minuten naar het hotel. Het hotel heeft een
eigen parking en dat blijkt zo’n toren te zien waarin auto’s worden opgehesen naar
een stuk of tien verdiepingen. We moeten de tassen eruit halen, de spiegels inklappen
en dan de auto naar binnen rijden. Als we eruit zijn gaat de deur dicht en wordt
de auto naar grote hoogte getakeld. Wij checken in bij het hotel. Krijgen weer
uitgebreide uitleg die niet echt nodig is, maar goed, ze moeten ook aan het
werk blijven. Het inchecken gaat weer via de machine, alleen krijg je er
persoonlijke begeleiding bij. Dan had die ons ook in kunnen checken, maar goed.
De kamer is niet heel ruim, maar ook niet zo krap als we gehad hebben. Weer
prima dus. Als we wat gesettled zijn is het tijd voor een maaltijd. Op 50 meter
van het hotel is er in een steegje een goede izakaya en dus gaan we daar heen.
Er is nog plek zat en we schuiven aan aan de bar. Er is een Engelse menukaart,
dus we hoeven niet te verhongeren. Een izakaya is een café waar je ook lekkere
hapjes kunt krijgen. We nemen een biertje en bestuderen de kaart. We nemen
okonomyaki (omdat het zo lekker is), geroosterde kip, iets dat op spam lijkt en
gebakken tofu in een sausje. Het is allemaal met zorg bereid en opgediend en
het smaakt fantastisch. De Japanse keuken is niet heel uitgesproken qua smaken,
maar wel heel subtiel. Heerlijke gerechten. We proberen met handen en voeten
een gesprek aan te knopen met de eigenaar. Dat gaat dan vooral over honkbal.
Wij gooien de naam van Ichiro en nog maar eens in. Dat is ook de enige Japanse
honkballer die ik ken. Welk leuk om zo te communiceren. Je komt niet ver, maar
hebt er allebei we lol in. Het eten is ook nog lekker. Als het op is, rekenen
we af en nemen afscheid van de chef uit Okinawa. We zijn 50 meter verder al
weer in het hotel. Dus snel naar de kamer, video maken en dit verhaal schrijven.
En dan weer slapen. Morgen weer een mooie dag. Ook qua weer.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten