donderdag 2 mei 2024

Thailand en Vietnam 2024 Dag 9

 Het was een rustige nacht in Tam Coc Serenity Hotel en Bungalows. Dit in tegenstelling tot vanmiddag en vanavond als ik mijn stukje aan het tikken ben aan de rand van het zwembad. Aan de overkant zit de een of andere eettent die het nodig vindt om de hele buurt op slechte Vietnamese muziek te trakteren. Geen sereniteit dus. Maar vannacht hebben we prima geslapen, al was het soms wat koud door de airco en de wel hele dunne dekentjes op het bed. Komende nacht maar eens even kijken wat we hier aan kunnen doen. We staan uiteraard weer vroeg op. We willen vroeg op pad, want Ninh Binh is ook populair bij de dagjesmensen uit Hanoi en die arriveren met hun bussen vanaf een uur of tien. Dan willen wij al in ons bootje zitten voor de beroemde en mooie tocht door het karstgebergte. Maar eerst ontbijten. Kijken wat het nieuwe hotel ons te bieden heeft. In Vietnam is het allemaal iets eenvoudiger dan in Thailand, maar toch is er een prima ontbijt. Pannekoekjes met en zonder banaan, de bammetjes, jam, sapje, koffie, thee, veel fruit en natuurlijk ook de Vietnamese gerechten met rijst en zo. We vullen ons buikje want we hebben een tocht voor de boeg. Allereerst huren we een scooter bij het hotel. Dat is toch wel het transportmiddel om rond te komen hier in de buurt. Het is weer eens een Yamaha en na het invullen van het huurcontract en het passen van de helmen gaan we op weg. Het voelt weer vertrouwd. Het Vietnamese verkeer is bijzonder. Er bestaat niet zoiets als voorrang, je weeft je weg als het ware door het verkeer en je toetert dat het een lieve lust is. Je moet laten horen waar je zit. Zoals gebruikelijk is het eerst tanken. Je krijgt de scooter altijd leeg geleverd. Dus het eerste ritje gaat naar de andere kant van Tam Coc, want daar is een benzinestation. Je hoeft niet zelf te tanken, daar zijn pompbediendes voor. Het lijkt New Jersey wel. Met een volle tank gaan we richting Trang An. Dat is een kwartier brommen en onderweg komen we al langs zoveel moois en interessants dat ook de weg er naar toe bij de reis hoort. Vietnam is prachtig. We parkeren onze scooter bij de anderen op het parkeerterrein en gaan op zoek naar de kassa om kaartjes voor de boot te kopen. Dat valt nog niet mee, maar toch lukt het ons om de juiste kaartjes te kopen. Op een roeibootje gaan vier personen en als je er met zijn tweeën op wilt, dan moet je toch vier kaartjes kopen. Een miljoen Dong, oftewel 36 euro. Achter ons staat een Nederlander die daar moeilijk over wil gaan doen. "Waarom dit en dat" en "commerciële bende" zijn een paar opmerkingen. Hij beseft blijkbaar niet dat dit dus net zoveel kost als twee koffie met appeltaart op het Leidseplein en heeft ook niet in de gaten dat ie hier dus drie uur door een dame in haar eentje in een roeibootje rond geroeid wordt. Sommige mensen.......... Wij lopen richting de bootjes en worden onderweg hartelijk begroet door een groep Chinezen. Die kunnen een herrie maken, jongen. Ik dacht dat Nederlanders en Duitsers er wat van konden, maar zij kunnen er wat van. Alleraardigste mensen, maar een hoop lawaai. De boottocht is erg leuk. Het landschap is adembenemend. Je glijdt er letterlijk doorheen. Er is keuze uit drie routes. Uit online research had ik al begrepen dat je route 3 moet nemen. Die heeft drie grotten en drie tempels. En duurt drie uur. Dat is lang genoeg. De tocht is prachtig. Het landschap is schitterend, de grotten zeer bijzonder, de eerste is 1 kilometer lang en vaak moet je bukken om onder de rotsen door te kunnen. Bij de tempels wordt telkens even halt gehouden zodat je uit de boot kunt en even rond kunt lopen. De roeister is uiterst vriendelijk spreekt uitstekend Engels (twee woorden: hello en photo) en wil regelmatig een fotootje van ons maken. Na drie uur zijn we weer terug bij het startpunt. Voor mij lang genoeg, want het bootje is niet heel erg comfortabel. We leggen aan op het bootjeseiland van Trang An en nemen daar een kopje koffie en thee met iets erbij. Chris wil bananenbrood, maar dat gaat mis. Er is een croissant aangeslagen op de kassa en dan is er geen weg terug. Dan moet je croissant en geen bananenbrood. Wen er maar aan :-) Maar de croissant is ook lekker, hoor. Na dit intermezzo gaan we op zoek naar onze brommer. We lopen nog tegen een bus met toeristen aan waarvan de dames zich van harte vermaken met mijn postuur. Ze willen met mij op de foto. Nou dat mag, hoor. Plotseling ben ik weer het middelpunt van een groepsfoto. Maar ik was dat al gewend van onze vorige bezoek aan Vietnam. Reuzen en dwergen zullen we maar zeggen. Ik dacht serieus dat het mannetje bij het tankstation vanmorgen een jaar of 10 was. Tot ik hem met een enorme bos geld in de weer zag en een goed keek.
We vinden zonder probleem onze scooter weer terug. Hij is ook met de ogen dicht te vinden, want hij stinkt behoorlijk naar benzine. En hij start ook niet zo makkelijk meer. Geen idee wat er aan de hand is, maar ik krijg hem aan de praat en we gaan weer op pad. Dit keer naar Hoa Lu, wat een paar kilometer verderop ligt. Hier is eind 900 (tijdje geleden) de eerste hoofdstad van Vietnam gesticht. Eigenlijk kun je zeggen dat Vietnam hier is ontstaan. Ik had al weer geleerd dat je helemaal naar de tempels van de eerste keizer door moet rijden. Want onderweg proberen talloze mensen je over te halen om bij hen te parkeren. Vaak nog agressief ook, door voor je scooter te springen. Maar je hoeft helemaal niet te betalen voor het parkeren en je kunt ook helemaal doorrijden totdat je er bent. Dat scheelt je ook nog een warme wandeling. We bezoeken de twee sites die nog over zijn uit die tijd. Onder andere de tempel van de keizer Le Dai Hanh. Hierna weer verder met de tocht. We scooteren weer door het Vietnamese land. Veel rijst, veel dorpjes met veel eettentjes. Erg leuk. We komen bij een plek waar veel lawaai is en een tent half op de weg staat. Dat kunnen twee dingen zijn, een bruilof of een begrafenis. Het blijkt het laatste te zijn. We rijden maar snel door. In de verte zien we gebouwen die op katholieke basilieken lijken. Het zijn er vier en we nemen aan dat de mensen is deze streek erg katholiek zijn. We rijden er naar toe en zien dat het geen kerken zijn. Maar wat dan wel? Het lijkt veel te groot voor woningen te zijn, maar als we terug zijn bij ons hotel en navraag doen, blijkt dat wel het geval te zijn. Er wonen blijkbaar vier leden van een zeer rijke familie uit de buurt. Die hebben een groot huis en zijn waarschijnlijk ook prettig gestoord. Wie wil er nou in een huis ter grootte en met de vorm van de St. Pieterskerk in Rome hebben als ie geen paus is? Steekje los. We zijn dermate geschokt dat we snel door Ninh Binh terug naar Tam Coc rijden. We hebben ook wel weer trek gekregen en gaan op zoek naar een lekker eettentje met Banh Mi. Dat zijn gevulde stokbroodjes op zijn Vietnamees. We vinden een leuk plekje, parkeren de scooter en doen ons te goed aan Banh Mi met varkensvlees (regels gelden niet in de vakantie). Als we afrekenen zijn we 4 euro kwijt voor de hele lunch en we hebben lekker gegeten. We zetten koers naar het hotel, want het is vier uur en we hebben al een lange dag achter de rug. Het is tijd voor het zwembad. Dat blijkt heerlijk koel te zijn. In Azië wil je nog wel eens zwembaden hebben waarvan het water door de hitte zo warm is geworden dat het niet lekker meer is, maar dat is hier gelukkig niet het geval. Verfrissend. Daarna is het tijd voor de video en het verhaaltje. Daar kun je uren aan besteden. Maar ik ben nu dus al een mooi eindje op weg. Vanavond nog even de rest afmaken (waarschijnlijk weer een heerlijke maaltijd).
De maaltijd was inderdaad goed, al hebben we alleen maar loempia's gehad. Drie verschillende soorten en die vulden ons echt wel. We zijn op de fiets heen gegaan terwijl het licht regende. Terug was het gelukkig droog. Bij thuiskomst bleek dat er in het hotel schuin tegenover ons nog steeds knalharde karaoke muziek aanstond. Dat was al vanaf een uur of drie 's middags zo. Blijkbaar mag je hier tot 10 uur 's avonds knalharde muziek afspelen en dat is gebruikelijk in de tent hier tegenover. Gevolg is dat je dan in een hotel dat zich Tam Coc Serenity noemt, de halve dag herrie hebt. Dat is niet te rijmen en dus heb ik de receptie ingelicht dat we morgen vertrekken. Inmiddels hebben we ook een ander hotel in de buurt geboekt. Net iets buiten Tam Coc en een stuk rustiger. Al heet dat hotel dus niet Serenity. Nu gaan we lekker slapen, morgen breken we op. Tot dan.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten