donderdag 9 mei 2024

Thailand en Vietnam 2024 Dag 16 Op de motor naar My Son

Vandaag staat dan eindelijk de tocht naar My Son op het programma. Acht jaar geleden viel dit in het water omdat ik vreselijk door mijn rug ging op de ochtend dat we daar naar toe zouden scooteren. En nu kwam ie ook weer lichtelijk in gevaar door de problemen met Chris. Maar ..... de medicijnen en de rust hebben hun werk gedaan en kolonel Sanders van de KFC heeft ook zijn bijdrage geleverd. Dus we kunnen los. Ik heb twee routes gemaakt om met de motobike naar My Son te rijden. Een korte van 38 langs de rivier heen en een lange van 70 door de bergen terug. Als ik het terug lees klinkt dit niet echt slim, maar dat is iets voor een volgende keer. We ontbijten weer in het hotel met omelet en brood. Voor de derde keer dus. Keuze uit vijf gerechten waarvan één westers en vier oosters. In een hotel waar alleen westerlingen komen. Hier moet nog maar eens over nagedacht worden. Na het ontbijt inpakken en wegwezen. Door het drukke Hoi Anse verkeer rijden we eerst naar de pomp. Volgooien maar voor 2 euro. Daarna gaan we op weg. De route die ik uitgezet heb is mooi. We rijden voortdurend langs velden, maar vooral langs huizen waar voor 70% ook wel een handeltje in zit. Er is altijd wel wat te zien. De route is goed te berijden en we halen snelheden van tussen de 40 en 50 km/u. Dat schiet dus mooi op. Uiteindelijk komen we bij de site van My Son aan. Weer niet parkeren bij de schreeuwende vrouwtjes langs de weg, maar gewoon doorrijden totdat je bij de officiële parkeerplaats komt. Dan hoef je in ieder geval niet zo ver te lopen tot je bij de entree bent. We parkeren en lopen naar de ticket verkoop. Twee kaartjes voor 300000 dong. Dat is 11 euro en dus niet goedkoop voor Vietnamese begrippen. Wel 3 euro duurder dan voor Vietnamezen. We zien iets van gidsen, maar die moet je verderop halen. Eerst naar het station met elektrische karretjes lopen die je naar de eigenlijke site rijden. Voordat we daar echter aankomen en een karretje kunnen nemen, komen we eerst bij het museum. Hier kijken we ook even en ik ben altijd gek op de wandkaarten die je er tegenkomt. Het volk dat hier de tempels van My Son heeft gebouwd, is de Cham. Die leefden in het midden van Vietnam langs de kust. Zij hadden blijkbaar handelsroutes die naar Indonesië gingen, maar ook door de Straat van Malakka richting Thailand liepen. En van daar gingen de producten verder richting Caïro en Antiochië aan de Middellandse Zee. En dat allemaal in een tijd dat hier in Europa van enige ontwikkeling geen sprake was. De Cham bouwden veel tempels in My Son aan het eind van de tiende eeuw. Dat is hier in het hart van de donkere Middeleeuwen, toen zo ongeveer alle beschaving verdwenen was. Na het museum strompelen we in de warmte naar de elektrische karretjes. We kunnen gelijk instappen en worden naar de eigenlijke ingang van het park gebracht. Daar zakken we eerst maar weer neer op een terras om wat te drinken en wat kleins te eten. Bahn Mi met varkensvlees, een pineapple shake en water, veel water. Als we het op hebben gaan we naar het podium, want de Cham staan op het punt om traditionele dansjes op te voeren. Althans, we hopen dat het traditioneel is. Je weet het niet. Het duurt een kwartiertje. Als het klaar is vertrekt het publiek voor 90% naar de uitgang, de andere 10% moet nog aan de tempels beginnen. De rest gaat dus weer terug naar de ingang waar bij onze aankomst zo'n 30 bussen stonden. Wij wandelen in de richting van de eerste ruines. De B, C en D groep. Tussen de tempels liggen overal bomkraters. Dat komt omdat in 1969 de VS de My Son site gebombardeerd heeft. De Vietcong gebruikte het gebied als hoofdkwartier en in een week in augustus 1969 werd alles met de grond gelijk gemaakt. Na de oorlog is er met hulp van Duitsland, Polen, India en Vietnam zelf weer gepoogd om zoveel mogelijk te herstellen. Dat lukt maar mondjesmaat. Ooit was My Son net zo indrukwekkend als Borobudur of Angkor Wat. My Son is zelfs ouder, maar de schade uit de oorlog is niet makkelijk weer weg te werken. We hebben het nogal warm. Het is 35 graden en de zon schijnt ongenadig. Als je stil blijft staan word je aangevallen door vliegjes, dus we blijven bewegen. Dan maar naar de uitgang. We nemen het karretje weer terug en zoeken onze brommer weer op. We beginnen aan de terugweg, die iets langer gaat duren. De wegen zijn breed en we halen goede snelheden. Je merkt eigenlijk niet eens dat je in de bergen zit, want onze Honda heeft niet veel moeite met de stijgingen. Uiteindelijk moeten we een pas over en het enige lastige daar aan is dat we een paar auto's in moeten halen. Zo goed doet ie het. Als we de pas over zijn zien we een restaurantje in de bocht van de weg. Het ziet er wat vies uit om te eten, maar wat drinken moet mogelijk zijn. 7Up. Wat is dat lekker als het warm is. We rijden weer door en komen weer bij de grote weg door Vietnam, de QL1. Die volgen we een tijdje. Met je scooter haal je hier makkelijk de 60 en dat betekent dat je niet meer door auto's of vrachtauto's wordt ingehaald, want die blijven onder de snelheid door de staat van de weg. Alleen voor bussen moet je uitkijken, want die rijden altijd alsof de duivel ze achterna zit. En met die snelheid komen we na 2 uur weer in Hoi An aan. We rijden direct naar ons hotel. We verwisselen onze bezwete kleren voor de zwemkleding en melden ons bij het zwembad. Even lekker afkoelen. Om half zes hebben we daar ook weer genoeg van en gaan ons boven aankleden. We gaan op de fiets naar de oude stad. Daar parkeren we bij een tempel en wandelen verder de hypertoeristische stadje in. Acht jaar geleden waren we hier ook en was het gezellig maar niet druk. Nu is het superdruk maar ook wel gezellig. Het toerisme heeft een enorme vlucht genomen. In de belangrijkste straten is geen pand meer over dat niets met toerisme uit heeft te staan en ook in de rest van de oude stad is het een en al toeristen. Langs de rivier is het helemaal een gekkenhuis. Er schuift een mensenmassa langs het water en als je tien meter hebt gelopen ben je vier keer gevraagd of je een boottochtje wilt maken. We wandelen wat door de stad en zoeken een plek uit om te eten. Die vinden we. Een prima restaurant met echt eten uit de streek. Heerlijk Banh Xeo, rijstpannekoek die je in rijstpapier en verschillende groentes wikkelt en doopt in een sausje. We hebben het al eens in Oudemolen tijdens een running dinner gepresenteerd. Zal ongeveer in 2016 zijn geweest. We smullen er van. Als het op is zoeken we de fietsen weer op (kun je hier gewoon ergens zonder slot neerzetten en als je terugkomt staan ze er nog) en rijden naar het hotel. Onderweg proberen we nog het cafe te vinden waar we drie dagen geleden een jongen zagen die zelf op de stoep bier aan het brouwen was. Maar we kunnen de plek niet meer vinden. Dan maar naar het hotel, want er is nog genoeg te doen. Video maken, verhaaltje schrijven en slapen natuurlijk. Het is al weer bijna 22 uur. Ik ben er klaar mee. Tot morgen.


 


Geen opmerkingen:

Een reactie posten