We hebben heerlijk geslapen, maar krijgen toch niet goed de ogen los om 7 uur. Het is dan in Nederland ook nog maar 2 uur. Weer douchen en verlaten het hotel via een overdekte brug die rechtstreeks in verbinding staat met het vliegveld. Daar checken we in een zoeken onze gate. Onderweg nog even koffie met een muffin, want het ontbijt in het hotel was erg duur. Zelfs voor Europese begrippen. Als we gegeten hebben zoeken we onze gate en wachten tot de bus komt. Die moet ons naar het vliegtuig van AirAsia brengen.
We vertrekken uiteindelijk met ruim een uur vertraging door onbekende oorzaak. Er is inmiddels een behoorlijke onweersbui die boven de noordelijke helft van het vliegveld hangt. En dat is precies de plek waar ons vliegtuig staat. Gelukkig parkeert de buschauffeur strak tegen de trap aan, zodat we maar een paar meter door de regen hoeven. De vliegtuigtrap zelf heeft een dakje, want hier in Azie zijn we wel aan meer regen gewend. We hebben een mooie plek voorin aan het raam. Na de start vliegen we over Bangkok omdat we met een boog om de onweersbui vliegen. Mooi zicht op het centrum, dat overigens net zo groot is als welke willekeurige stad in Europa in zijn geheel is. Wat is dat hier toch allemaal enorm uitgestrekt. De vlucht zelf is erg kort. Het blijkt dat we ook nog een maaltijd krijgen en drie verschillende formulieren in moeten vullen om Cambodja in te komen. Chris zet haar handtekening onder het laatste formulier als we al weer op de landingsbaan rijden. Siem Reap heeft een heel leuk klein vliegveldje. Wel modern. We moeten eerst onze paspoort, een pasfoto een formulier en 30 dollar per persoon afgeven en dan kunnen we even later een balie verderop ons paspoort voorzien van een visum weer ophalen. Die van Chris is veel sneller klaar dan die van mij, dus we mogen even wachten. Als we allebei ons visum hebben, lopen we naar de meneer die ons het land in moet laten. Daar leveren we formulier 2 in en krijgen in ruil daarvoor nog weer een paar stempels. Maar we mogen door om vervolgens het derde formulier in te leveren bij de douane meneer. Niks om aan te geven en we zijn het vliegveld uit. Buiten staan allemaal mannen met bordjes met namen erop om mensen op te halen. De allerlaatste in de rij heeft een bordje met Paul de Bie erop. Dat is onze tuktuk chauffeur Long. Hij brengt ons in twintig minuutjes naar ons hotel Residence Blanc d'Angkor. Een prachtig hotel met grote kamers en een lekker zwembadje. Bij binnenkomst worden we allervriendelijkste ontvangen. We krijgen een welkomstdrankje van Tamarindasap met honing. Erg lekker. Glaasje bananenchips erbij. Ondertussen worden onze paspoorten gekopieerd en krijgen we de sleutel. Als we de drankjes ophebben gaan we naar de kamer die al voor ons is klaargemaakt. Als we bij de kamer aankomen is er nog net iemand aan het vegen en is de stroom weer uitgevallen. Daar zijn ze blijkbaar aan gewend, want er is een noodagregaat die onmiddelijk opgestart wordt. De lampen gaan weer aan en, wat belangrijker is, de air conditioning ook. Na de uitleg over het ontbijt en het zwembad neemt de front office manager afscheid en is de kamer van ons. Op het bed is met grote grasbladeren Welcome de Bie Paul geschreven. Da's toch leuk. We doen er niet lang over om onze zwemkleren aan te krijgen en naar beneden te lopen. Lekker zwemmen. Het water is gelukkig ook niet al te warm doordat het zwembad in de schaduwrijke tuin ligt. Na het zwemmen snel aankleden en met de tuktuk naar het centrum. Daar heb ik twee ebikes gereserveerd. Anders dan in Nederland zijn dit bikes die meer op scooters lijken en waar je voor de vorm mee kunt fietsen, maar dat is niet aan te raden. Je komt dan niet ver. We nemen twee fietsen en na het tekenen van papieren en de uitleg van het apparaat koersen we noordwaarts richting Angkor Wat. Eerst naar de ticketoffice waar er twee kaartjes voor drie dagen halen. 62 dollar kost dat. Niet gering, maar als het geld naar de restauratie van de tempels gaat, is het dat natuurlijk wel waard. ls we de tickets hebben nemen we een mango shake en wat lekkers. Daarna met de e-bike verder. We gaan vandaag niet meer naar de grote tempels, want daar hebben we toch geen tijd voor. We besluiten om naar wat kleine tempels te gaan om de fiets te testen en dan met name het uithoudingsvermogen van de batterij. Het rijden op zich gaat prima. We houden ons aan de 20 kilometer per uur. De kleine tempels zijn ook al prachtig om te zien. Banteay Kdei heeft een schitterend hal met dansers. We rijden met onze ebikes rond het Srah Srang reservoir waarboven een onweer hangt. Gelukkig worden we niet nat, maar aan de oostkant van het reservoir heeft het wel behoorlijk geregend.
Hierna wordt het tijd om terug te rijden. We gaan naar Angkor Wat, want daar is vlakbij een oplaadstation voor onze batterij. Althans volgens een kaartje van de omgeving. Als we op de plek aankomen blijkt dat de plek gesloopt is en er geen oplaadstation te bekennen is. We rijden naar een restaurant en vragen of we tijdens het eten onze batterij op mogen laden. Dat mag. We eten er heerlijk Khmer eten. Zelfs een Vietnamese Bahn Xeo, dat verwacht je hier niet. Dat is toch al zo lekker. Verse sla, groenten en kruiden waarin je een stuk omelet met vlees rolt. Dippen in de vissaus en je hebt iets verrukkelijks. Ondertussen laden de batterijen op en genieten wij van de muziek die door duizenden krekels wordt gemaakt. Wat een enorm geluid maken deze beesten met zijn allen. Als we een uur gezeten hebben is alles op en zouden de batterijen weer opgeladen moeten zijn. We betalen en rijden verder. Ze lijken niet echt veel voller geworden te zijn en met knikkende knieen rijden we richting hotel. Dat halen we net, want het is gelukkig maar zes kilometer rijden. De topsnelheid wordt ondertussen steeds lager, maar we komen dus net bij het hotel aan. Dat gaan we morgen niet weer doen. Dan maar een tuktuk. Ze staan hier bij bosjes voor de deur, dus dat wordt niet moeilijk.
Hierna wordt het tijd om terug te rijden. We gaan naar Angkor Wat, want daar is vlakbij een oplaadstation voor onze batterij. Althans volgens een kaartje van de omgeving. Als we op de plek aankomen blijkt dat de plek gesloopt is en er geen oplaadstation te bekennen is. We rijden naar een restaurant en vragen of we tijdens het eten onze batterij op mogen laden. Dat mag. We eten er heerlijk Khmer eten. Zelfs een Vietnamese Bahn Xeo, dat verwacht je hier niet. Dat is toch al zo lekker. Verse sla, groenten en kruiden waarin je een stuk omelet met vlees rolt. Dippen in de vissaus en je hebt iets verrukkelijks. Ondertussen laden de batterijen op en genieten wij van de muziek die door duizenden krekels wordt gemaakt. Wat een enorm geluid maken deze beesten met zijn allen. Als we een uur gezeten hebben is alles op en zouden de batterijen weer opgeladen moeten zijn. We betalen en rijden verder. Ze lijken niet echt veel voller geworden te zijn en met knikkende knieen rijden we richting hotel. Dat halen we net, want het is gelukkig maar zes kilometer rijden. De topsnelheid wordt ondertussen steeds lager, maar we komen dus net bij het hotel aan. Dat gaan we morgen niet weer doen. Dan maar een tuktuk. Ze staan hier bij bosjes voor de deur, dus dat wordt niet moeilijk.
In het hotel is het verder even omkleden en dan snel weer met een tuktuk de stad in. We hebben dan wel gegeten, maar het schijnt hier erg gezellig te zijn. We gaan in PubStreet op zoek naar mango sticky rice. Weliswaar Thais, maar dat hebben ze hier vast ook wel. Koffie met een toetje, we hoeven er niet ver voor te zoeken. Daarna nog even langs ontelbare kleine winkels die allemaal dezelfde spullen verkopen. Olifantenbroeken, t-shirts van bekende voetbalclubs en boeddhabeeldjes. Aan ons niet besteedt. We kijken we overal even rond, maar als het later wordt besluiten we weer terug te gaan naar het hotel. We houden een tuktukchauffeur aan die ons 3 dollar wil laten betalen voor het ritje, maar inmiddels weten we dat je zeker niet meer dan 2 moet betalen. Als we weglopen gaat hij akkoord met 2 dollar. Na een redelijke rit zet hij ons voor de deur af. We halen nog even een biertje bij de buurvrouw en drinken die op onze kamer op. Nog snel even dit verhaal tikken voordat we gaan slapen. Tot morgen. Het was een fantastische dag met rond de middag temperaturen die erg hoog waren, maar aan het einde van de middag werd het beter en 's avonds was het gewoon lekker. Morgen weer een dag.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten