Maandag 1 augustus 2006:
Vandaag gaan we een korte trip naar het Noorden maken. We
zijn weer om zes uur wakker en staan maar direct op. Liesbeth gaat net naar
kantoor. We eten ontbijt en koffie en pakken onze spullen om te vertrekken.
Daar doen we geruime tijd over, want nog niet iedereen is even wakker.
Uiteindelijk zijn we om een uur of acht ingepakt en kunnen we weg. We zoeken zo
snel mogelijk I 5 op en rijden naar het noorden. We komen bijna direct in de
file terecht die zo’n beetje in heel Seattle staat. Tussen de University
District en Northgate lost het allemaal op en kunnen we eindelijk rijden. Het
gaat van een leien dakje en na een dik uur komen we in Mount Vernon. Hier
begint State Road 20 die we door de bergen gaan volgen. In het begin rijden we
door een breed dal, maar het wordt steeds smaller en in de verte doemen de
bergen al op. Het duur niet zo lang of we rijden langs de rivier de Skagit de
Northern Cascades in. Steeds hoger worden de bergen, totdat er uiteindelijk
sneeuw op ligt. Als we in Newhalem zijn aangekomen stoppen we eerst even bij
het Visitors Center. Daar krijgen we de benodigde informatie zoals kaarten en
wandelroutes. We kijken even rond bij de tentoonstelling met de dieren die in
dit gebied voorkomen. Daarna rijden we met de auto naar de Gorge powerplant,
waar stroom wordt opgewekt voor Seattle. Er is een leuke waterval met een oud
vervallen parkje erbij. Voordat we de waterval bekijken eten we eerst onze
lunch op. Heerlijke boterhammen met pastrami en roastbeef.
Na de watervallen rijden we weer een stukje door. Bij het
uitzicht over de Gorge Dam stoppen we en we lopen naar het uitzichtpunt. We
worden onderweg gewaarschuwd door mensen dat er twee herten lopen. En ja hoor,
even verderop lopen inderdaad twee herten. Ze zijn matig schuw. Ze komen heel
dichtbij en als je dan een beweging maakt, schrikken ze. Wel leuk. Het uitzicht
is erg mooi. De meren zijn hier helderblauw door de mineralen in het water.
Na de Gorge Dam komen we steeds hoger en hoger. Verderop is
de Diablo Dam met daarachter het Diablo meer. Ook prachtig met een al even mooi
uitzichtspunt. Daar zien we ook de laatste Bush aanhanger met petje. We rijden
weer door en missen verderop zowaar de Ross Dam en uitzichtspunt. We rijden
door naar de Washington Pass. Dat is een verschikkelijk hoge pass waar ook een
Geocache verstopt ligt. We laten er TB Hunebed in achter. Benieuwd waar die
zijn reis gaat vervolgen. Na Washington Pass gaat het bergafwaarts richting
Winthrop. We komen in de regenschaduw van de Cascades en dus in een steeds droger
gebied. In de verte hangt een dikke mist. Als we dichterbij komen blijkt dat de
rook van de bosbranden te zijn. Je ruikt het overal. Na een half uur komen we
in Winthrop. We gaan op zoek naar een motel. Dat is nogal moeilijk te vinden.
We rijden uiteindelijk naar de Red Sun Inn and Resort om te kijken of ze daar
iets hebben. Alle kamers zijn daar vol, maar er is nog wel een zes kamer huis
voor groepen, waar we twee kamers van kunnen krijgen voor $ 130.- Daar voelen
we niet veel voor. We laten het meisje bellen en zij heeft nog wel een adresje.
Daar kijgen we een suite voor $ 119.-. Dat klinkt wel goed en we besluiten er
maar eens te gaan kijken. Het is wel een eindje rijden, maar we wagen het er
op. Uiteindelijk komen we nadat we wilde kalkoenen hebben gezien, bij de Wolf
Creek Resort aan. Een verzameling huizen met een zwembad, hot tub en een
speeltuin. Daar hebben we een aardig huisje. Nadat we onze spullen hebben
ondergebracht in het huis gaan we zwemmen in het zwembad. We hebben het hele
bad voor ons alleen. Da’s niet gek. Ook even in de hot tub en dan snel naar
huis, aankleden en naar Winthrop voor het diner. Dat blijkt op maandagavond
niet overal te lukken. De ene tent is dicht, de andere heeft buiten geen tafel
voor vier en de derde moet het dan maar worden. Maar niet voordat we eerst een
volle tank bezine hebben gehaald, want morgen is er weer een dag. We zitten in
het restaurant goed, maar veranderen toch nog even naar het raam en eten
eenvoudig maar lekker. En niet duur. Na het eten gaan we iets verderop een
ijsje halen. Bij de General Store zien we dat de bosbranden vlakbij zijn, maar
niemand maakt zich er druk om, dus wij al helemaal niet. Het ijsje is heerlijk,
ik neem trouwens een lekker bakje espresso. We blijven lang rondhangen, want er
mag in de auto niet gegeten worden. En ijs al helemaal niet. Dus moet eerst
alles op. Thom en Anna ontdekken de minigolfbaan, die er leuk uitziet. Helaas
te laat om te spelen. Na het ijs rijden we terug naar het huisjes. Anna gaat
direct naar bed, en ik neem Thom nog even mee naar de rivier om stenen te
gooien. Zijn favoriete bezigheid. Als het donker is gaan we terug naar huis en
gaan we lekker slapen.
Eten: Spareribs met patat of baked potato. Ijs na.
Weer: 15 graden op de bergen en 25 graden in het dal.
Zonnig.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten