We slapen weer eens heerlijk uit. Ik word gewekt met en kopje koffie. Wat is het leven toch lekker. Na het douchen een ontbijtje met zelfgemaakte bosbessenjam. Smullen maar. Thom heeft inmiddels een vriendje opgedaan in het dorp. Ze voetballen wat en gooien darts. Leuk.
Ik zit dit verhaal te tikken. We bedenken wat we vandaag
gaan doen. Eerst wachten tot de was klaar is. Het wordt uiteindelijk
railfietsen. Na een blik op de topografische kaart zien we dat er 11 kilometer
noordelijk weer een dorpje is. Daar gaan we naar toe. We gaan naar het station
en zetten de railfietsen weer in de goede richting. Dan gaan we trappen. Het
valt echt reuze mee. De rails zijn glad en het gaat bijna vanzelf. Alleen de
overhangende takken veroorzaken soms wat problemen. We klimmen voortdurend,
maar je merkt er bijna niets van omdat de spoorlijn geleidelijk aan omhoog
loopt. Na een kilometer of zeven komen we bij een meer. Er is ook een huis aan
het meer en daar staat een dressin op het spoor. Er komt al een mevrouw
aanlopen en we halen het obstakel van de rails. Dan rijden we nog een stukje
verder en kijken even aan het meer. Het is hier erg rustig. Zo rustig dat je je
afvraagt hoe het zou zijn om hier te wonen. Erg, erg eenzaam. De enige
verbinding met de buitenwereld gaat via de dressin. We rijden maar weer verder.
Nog steeds heuveltje op. Na een kilometer of tien gaan we plotseling weer naar
beneden. 10 promille staat op het bordje. En dat is 1 procent. Dat is voor een
trein misschien heel wat, op de fiets valt het reuze mee. Na een paar minuten
lopen we een stationnetje binnen. Dit is Vakern, nog rustiger dan Sagen. Nadat
we de wissels genomen hebben fietsen we nog een klein stukje door en komen bij
een mooi plekje aan het meer. Daar eten we wat chips en drinken een pakje. Na
een tijdje keren we de fietsen weer en rijden terug richting Sagen. Dat gaat
natuurlijk bijna vanzelf. Als je eerst alleen maar omhoog bent gegaan, ga je op
de terugweg automatisch vanzelf naar beneden. We suizen met een mooi vaartje
terug. Onderweg zetten we nog even de fietsen stil, want Chris wil nog even wat
bosbessen plukken voor de pannenkoeken van morgenochtend. Dat is snel gedaan,
want de bessen zijn hier behoorlijk groot. Als het zakje vol is, gaan we
verder. Steeds sneller suizen we de bult af. Uiteindelijk komen we vlak voor
Sagen tot een max. snelheid van 26 km/h. Als we in Sagen zijn, is trouwens de
zon doorgebroken. We gaan snel naar ons huis en halen de spullen voor het
water. Alles gaat mee, zwemspullen, paddels, eten. En inderdaad, als we bij het
meer aankomen is het mooi weer. Jammer genoeg zit er aan de horizon wel een
donkere lucht. We steken het vuur aan en zetten de tandoorikip erin om op de
warmen. Dan duiken we snel in het water. De kinderen willen niet in hun blootje
en hebben hun zwemkleren aangetrokken. Koud, maar lekker. Als we eruit komen
gaan we naar het vuurtje om op te warmen en te eten. We beginnen met de kip.
Die blijkt boven verwachting lekker, maar helaas begint het te druppelen. We
stoppen zoveel mogelijk spullen inde auto, maar na een tijdje is er geen houden
meer aan. Het regent te hard. We eten de laatste stukjes kip op onder de klep
van de auto en gaan dan terug naar huis. Als we daar aankomen breekt natuurlijk
de zon weer door. Dat zul je altijd hebben. Toch gaan we niet terug. Chris
kookt een potje op het fornuis van rijst met champignons en saus. Heerlijk zo
zonder vlees. Na het eten stappen we met z’n allen in de auto om nog wat naar
elanden te speuren. Om te voorkomen dat we helemaal voor niks op pad gaan,
nemen we ook de coordinaten van een verre cache mee. Die vinden we uiteindelijk
ook in een verlaten dorp. De elanden zien we vandaag helaas niet. Als we thuis
zijn is het laat geworden. De kinderen gaan naar bed en wij kijken nog wat tv.
Weltrusten.
Weer: bewolkt en 17 graden
Eten: tandoori kip aan het meer, thuis rijst met
champignonsaus
Geen opmerkingen:
Een reactie posten