Het is vrijdag 29 juli 2005, en onze vakantie naar Zweden begint vroeg. Héél vroeg. Om 3:15 zou de wekker afgaan, maar Anna, in haar enthousiasme, maakte ons tien minuten eerder wakker. Met de koffers al gepakt en de voorbereiding van de vorige avond achter de rug, hoefden we alleen nog snel te douchen. Chris maakte een kop thee, ik sloeg de koffie over met het plan om in de auto te slapen. Om precies tien over half vier startten we de auto en reden we de stille straat uit, op weg naar Zweden.
Het verkeer was bijna onbestaand op dit vroege uur, een fijn begin van de lange reis. De kinderen hadden eigenlijk moeten slapen in de auto, maar de opwinding van het avontuur hield ze wakker. We hadden hen natuurlijk verteld over de lange tocht, de bootreis en het vooruitzicht van een vakantiehuisje in Zweden, en die gedachten lieten hen niet los. Zelf probeerde ik, in de passagiersstoel, wat slaap te pakken. Zo nu en dan doezelde ik in, maar wakker worden van de stilte in de auto, terwijl je kinderen stiekem fluisteren achterin, blijft een bijzonder gevoel.
De kilometers vlogen voorbij. Via Nieuweschans, Leer en Oldenburg bereikten we binnen twee uur de stad Bremen. Het leek wel alsof alles meezat. Zelfs het langzaam rijdende stuk bij Delmenhorst, dat altijd voor vertraging zorgt, was onder handen genomen: een nieuwe weg was aangelegd en we konden zonder enig oponthoud doorrijden. Zelfs de stoplichten werkten mee; overal kregen we groen licht. "Dit gaat lekker," zeiden we tegen elkaar. Na Bremen besloten we zelfs door te rijden, Hamburg te passeren en daarna pas te stoppen.
Na Hamburg vonden we een parkeerplaats om even een welverdiende pauze te nemen. We hadden er inmiddels bijna drie uur rijden op zitten. Boven ons stegen de vliegtuigen op van de luchthaven van Hamburg, wat zorgde voor wat reuring. Tijd voor koffie en thee. Bij het toiletbezoek kregen we een kaartje voor korting in het winkeltje – drie kaartjes waren genoeg om mijn kop koffie bijna gratis te maken. We aten krentenbollen en broodjes, terwijl de kinderen naast ons zaten en meededen met het ontbijt. Dit was een welkome onderbreking van de reis, maar we wisten dat we nog 550 kilometer te gaan hadden. Niet te lang blijven hangen dus.
Na de pauze was het mijn beurt om te rijden. Niet de meest gemakkelijke taak, want ik had nauwelijks geslapen en de vermoeidheid begon te knagen. Om het nog moeilijker te maken, viel de rest van het gezin al snel in slaap, wat betekende dat ik zonder muziek in stilte verder reed. De stilte maakte het nog lastiger om mijn ogen open te houden. Toen Christien wakker werd, zetten we eindelijk een cd op. Dat hielp, en de rit werd wat lichter. Voordat we het wisten, reden we Denemarken binnen. Zonder grenscontrole reden we door, en hoewel we deze route al eens eerder hadden gereden, voelde het nu wat minder spannend. Het landschap was rustig, de wegen bekend, en de spanning van het nieuwe land was er niet meer.
Na een uur rijden in Denemarken maakten we een tweede stop in de buurt van Kolding. Nog een kop koffie en thee, even de benen strekken, en we gooiden de tank vol. Diesel was duur, maar het exacte verschil met Duitsland konden we niet achterhalen. Christien nam het stuur weer over, maar ook zij voelde de vermoeidheid toeslaan. We spraken af dat ze nog een uurtje zou rijden, en dan zouden we weer wisselen. Gelukkig liep alles zo voorspoedig dat we ons geen zorgen hoefden te maken over het op tijd zijn voor de boot.
In de buurt van Aarhus wisselden we opnieuw van bestuurder. Het plan was dat ik een uur zou rijden, maar we gingen zo snel dat we in één keer doorreden naar Frederikshavn. Om kwart over twaalf kwamen we aan bij de haven, waar de Stena Express ons naar Zweden zou brengen. We wisten niet precies waar we moesten zijn, dus besloten we eerst de stad in te rijden. Frederikshavn was echter niet heel bijzonder, dus keerden we terug naar de haven. Gelukkig bleek er een mooie overdekte loopbrug te zijn die ons van het parkeerterrein naar het winkelcentrum leidde. De stad was typisch Deens, maar verder weinig interessant. Zelfs de kerk kon ons niet bekoren. Wel aten we nog een lekker ijsje, een klein geluksmomentje in deze wat saaie stad.
Rond half drie zagen we onze boot, de Stena Express, achterwaarts de haven invaren. Het is altijd indrukwekkend om zulke grote schepen aan te zien meren, en deze catamaran was geen uitzondering. De spanning steeg: het was bijna tijd om aan boord te gaan. Eenmaal aan boord reden we helemaal door naar het einde van de boot en moesten we omkeren, zodat we klaarstonden om er later gemakkelijk af te kunnen rijden. Handrem erop, auto in de versnelling, en dan uitstappen. De kinderen waren al snel uit de auto, klaar om het schip te verkennen. Wij hadden alle spullen al bij elkaar gezocht, dus konden we zonder problemen naar het dek.
De Stena Express was grotendeels gesloten, behalve op het achterdek, waar we buiten konden staan. We installeerden ons vlakbij het dek en genoten van het moment dat de boot om 15:15 uur de haven verliet. Rustig voeren we weg, maar eenmaal op open zee maakte de catamaran flink vaart. We haalden nog wat koffie en thee bij de bar, en de kinderen kozen beide een flesje water. Terwijl we op verkenning gingen door de boot, waaide het stevig op het achterdek en was het fris, dus zochten we al snel weer de warmte van binnen op.
Na ongeveer een uur begon het uitzicht te veranderen. We naderden Zweden, en de rotsachtige eilandjes doemden op aan beide zijden van de boot. Het was een prachtig gezicht om de kleine eilanden en rotsen op te zien doemen. We passeerden zelfs de Stena Danica, die drie kwartier voor ons was vertrokken, maar door onze snelle boot gemakkelijk werd ingehaald. Langzamer dan op open zee, navigeerde de Stena Express tussen de eilanden door richting Göteborg. Onderweg zagen we een enorme vlam bij een olie- of gasinstallatie, een indrukwekkend beeld tegen de achtergrond van de serene Zweedse natuur.
Toen we uiteindelijk in Göteborg aankwamen, hadden we nog een laatste uitdaging: de weg naar ons hotel vinden. Ik had de route in mijn hoofd, maar nam toch een afslag te vroeg. Dat was geen groot probleem, want het verkeer was rustig en na een kleine omweg kwamen we precies goed uit. Het hotel, gevestigd in een oude bierbrouwerij, had een parkeerplaats waar nog plek was. We brachten onze spullen naar onze kamer, nummer 735, op de bovenste verdieping. Het uitzicht was niet indrukwekkend – we keken uit op oude graansilo’s – maar de kamer zelf was ruim en comfortabel, met twee grote bedden en een dikke televisie.
We hadden niet veel tijd om uit te rusten, want we hadden besloten om met de tram naar het centrum te gaan om te eten. Na een korte uitleg bij de receptie wisselden we wat geld voor tramkaartjes en wandelden naar de tramhalte. Lijn 3 bracht ons naar het centrum, waar steeds meer mensen instapten, op weg naar het U2-concert in het Ullevi-stadion. We stapten uit in de buurt van het centrum, maar wisten niet precies waar we moesten zijn. Het centrum maakte een verlaten indruk, met winkels die gesloten waren en weinig mensen op straat. Uiteindelijk vonden we een drukkere straat en ontdekten daar O’Leary’s, een sportsbar in Amerikaanse stijl. Met overal televisieschermen en een menu vol hamburgers en spareribs was het een prima plek om neer te strijken.
We bestelden hamburgers voor ons allemaal en een biertje erbij. De kinderen waren moe van de lange dag, maar we genoten van het eten en de sfeer. Na het eten liepen we terug naar de tram en reden we terug naar het hotel. Het was inmiddels laat, en iedereen was uitgeput. We verkenden het hotel nog even snel – de ijsmachine moest natuurlijk worden uitgeprobeerd – maar daarna was het tijd voor bed. Pyjama's aan, de lichten uit, en niet veel later was iedereen diep in slaap.
Het was een lange, maar mooie dag.
Weer: halfbewolkt, 22 graden
Eten: lekkere hamburgers bij O’Leary
Geen opmerkingen:
Een reactie posten