maandag 29 april 2024

Thailand en Vietnam 2024 Dag 6

We verlaten vandaag Chiang Mai al weer. Air Asia heeft een tijdje geleden de vlucht naar Hanoi gecanceld en ons omgeboekt naar een dag eerder. Dat betekent een dag minder in Chiang Mai en eentje meer in Ninh Binh. De wekker gaat weer om zes uur en dit keer is er geen gesnooz tot half zeven, want er moet ingepakt worden. Douchen, inpakken en ontbijten. Om half negen zijn we klaar en gaan we naar de balie. Daar wordt nog gekeken of we iets in de kamer hebben laten liggen. Het blijkt dat we niet alles uit de kluis hebben gehaald. Gelukkig was er dus inspectie. We kunnen onze spullen ophalen en dan gaan we met de taxichauffeur mee die al op ons zat te wachten. In een kwartier rijden we weer naar de luchthaven. Ik probeer de chauffeur nog aan zijn verstand te brengen dat we een huurauto op moeten halen en dus bij Arrivals moeten zijn, maar hij spreekt geen woord Engels. Hij probeert nog zijn centrale te bellen die het dan moeten vertalen, maar dat lukt ook niet. We worden keurig bij International Departures afgezet. We zijn tenslotte internationals en willen vast vertrekken. We lopen dat wel even naar de verhuurbalie. Dat is een klein stukje en het is lekker koel binnen. Bij de balie zijn nog twee mensen voor ons. Het is een hele administratieve rompslomp met mega veel papierwerk en gekopieer, maar uiteindelijk staat alles genoteerd en kunnen we onder begeleiding naar de auto. Het is een witte Yaris. Zo'n auto hadden we in Japan ook, alleen is dit de eenvoudige versie. Maar de AC werkt en dat is het belangrijkste. Als we alle spiegels hebben ingesteld en weten waar de richtingaanwijzer zit, kunnen we weg. Die laatste is overigens overbodige luxe, want niemand gebruikt dat hier. We hebben Google Maps geinstalleerd in de nieuwe telefoonhouder die Anna heeft gekocht. Die doet het prima. Google wijst ons de weg vanaf het vliegveld in zuidelijke richting. Voorlopig een heel eind rechtdoor, prima om aan de auto te wennen. Na een uurtje rechtdoor te zijn gegaan, slaan we af naar het westen, de bergen in. We gaan richting Doi Inathon National Park. De eerste stop is bij de Mae Klang waterval, de grootste van Thailand. Je kunt wel zien dat we aan het einde van de droge tijd zitten, want er komt nauwelijks water door de sloot. Een tegenvaller, maar vooral ook voor de vele eigenaren van de restaurantjes alhier. De klandizie valt vies tegen. Er is niemand, behalve wij. En wij kopen niks. We rijden door en moeten even verderop de entreeprijs voor het nationale park betalen. 15 euro en dat is een stuk goedkoper dan de Grand Canyon. Wel duurder dan de Drentsche Aa. Iets verderop treffen we een plek aan waar koffie verkocht wordt. En ijsjes. En daar hebben we wel zin in. Hierna rijden we verder. De eerste bestemming is Doi Ithanon. Het zijn twee pagodes gebouwd voor de koning en koningin. Alleen mag je hier niet parkeren. We rijden door en komen bij een parkeerplaats. Hier start ook een rondwandeling die beroemd is bij toeristen. Je krijgt verplicht een gids mee en wandelt in twee uur rond de berg. Maar eerst wat te eten zien te vinden. Er is een klein eettentje en we bestellen wat onschuldig uitziende broodjes en sapjes. Het is prima te doen. Witbrood met boter en gecondenceerde melk. Smullen maar. Na deze geïmproviseerde lunch beginnen we aan onze wandeling. Het is 2,8 kilometer en dat klinkt op het oog niet ver, maar dat blijkt het wel te zijn, want het pad gaat bergop en bergaf en dan weer bergop. Gelukkig is het geen 41 graden, maar een aangename 24. De gids heet Tom Yen, althans dat denk ik te verstaan. Hij is eigenlijk overbodig, want er is maar één pad en hij spreekt geen woord Engels. Maar goed, de lokale bevolking verdient weer een paar centen. We wandelen eerst richting de rand van de berg. Dat is ongeveer een kilometer. Als we daar aankomen, blijkt er een behoorlijk brand aan de overkant. De wind staat niet onze kant op, dus gevaar is er niet, maar af en toe ruiken we wel een brandlucht. Dan lopen een kleine kilometer langs de rand van de berg. Er is daar in het verleden brand geweest, waardoor je een uitzicht hebt. Mooi is het niet, want het is ontzetten heiig. Je kunt vaag het dal zien. Tenslotte lopen we weer een kilometer omhoog en omlaag naar de parkeerplaats. Het was een mooie wandeling en zoals gezegd, niet overmatig heet, want anders hadden we het niet overleefd. Na de wandeling pakken we de auto en rijden door naar de top van Doi Ithanon, de hoogste berg van Thailand. Hij is iets meer dan 2500 meter. Bovenop de gebruikelijke tempel, maar ook een communicatiestation van het leger en een telescoop van het Koninklijke Observatiorium. We wandelen rond en komen ook nog bij een eettentje. Daar halen we thee en cola en een bapao. Heerlijk. Daarna weer naar de auto. We rijden naar de twee pagodes die op de berg zijn gebouwd voor de vorige koning en koningin, maar daar mogen we niet inrijden en parkeren. Die gaan we dus missen. We rijden door en willen nog bij een hortensia tuin kijken, maar die blijkt aan de overkant van een brede en diepe vallei te liggen. Dat wordt heb dus ook niet. Dan maar gewoon doorrijden naar onze plaats van bestemming. Dat is de Tawan Riverside and Elephant Resort. Daar gaan we twee nachten verblijven en wat olifantendingetjes doen. De weg er naar toe is smal en erg bergachtig. Ze houden hier niet van haarspeldbochten dus de stijgingen en dalingen zijn vaak vrij steil. De auto kan het net aan. Ook is de weg soms niet al te breed. Bij het passeren van twee trucks raak is met twee wielen even van het hoge asfalt en we horen de onderkant van de auto. Er valt niets af, dus dat zal wel goed zijn. Na anderhalf uur zijn we bij het resort. Ik probeer te parkeren, maar dit keer is de afrit veel te steil en ik raak weer de onderkant. Nou ja, het is een huurauto. Geen probleem. Ik slaager in de auto op een mooi plekje te zetten. We checken in en worden naar onze bungalow gebracht, een klein aftands huisje midden tussen de olifanten. Het is er erg warm en de arconditioning geeft niet veel sjoege. Dat moet wel, want het is hier weer gewoon 40 graden. Als we gaan eten gaan we eerst langs de receptie. We krijgen namelijk ook de deur niet op slot. Dus klagen over de airco en de sleutel. Dat laatste is zo opgelost, het eerste is wat weerbarstiger. Het wordt een kwestie van het ding gewoon op de koudste stand laten staan en 24 uur laten draaien. Dan blijft het binnen koel genoeg. We eten in het restaurant van het resort. Dat klinkt allemaal beter dan het is. Het eten houdt niet over als heeft Chris wel lekkere paddestoelen en morning glory. Mijn fried rice met bacon is vooral vet. De ijsjes na zijn echter heerlijk, dus dat maakt weer een hoop goed. We wandelen tussen de olifanten door naar ons huisje. De airco staat nu op 17 en levert iets koelte. Genoeg om te kunnen slapen. Al hebben we wel het smalste bed van heel Thailand. Dat wordt afzien. We gaan snel dit verhaal tikken en de film editten en dan weer lekker slapen. Tot morgen bij de olifanten.



Geen opmerkingen:

Een reactie posten