Donderdag 3 augustus 2006:
Vandaag een rustige dag, want we blijven in Hope. Allereerst
ga ik naar de frontdesk om nog een keer de kamer te betalen. Als iedereen is
gedoucht en aangekleed gaan we naar de auto om te gaan ontbijten. Het
restaurant is 250 meter
verderop, maar dat deert niet. Je pakt hier de auto. Halverwege stoppen we ook
nog even om boodschappen te doen. We kopen broodjes en roast beef voor
onderweg. Ook wat chips en donuts. Bij het restaurant, Home geheten, is het
flink druk. Het is blijkbaar een populaire plek. Voor ons staat een horde
Nederlanders die heel hard moeten lachen omdat er Corned Beef hash in de
aanbieding is. Het duurt niet lang voordat we aan kunnen schuiven. Het menu is
traditioneel. Anna, Thom en Chris nemen pannenkoeken. Ik hou het maar bij
French Toast. Het duurt niet lang voordat het eten komt. Het smaakt prima. Anna
is zo druk aan het snijden dat het bord van de tafel valt. De serveerster komt
er direct bij en na een minuut of vijf heeft ze vier nieuwe pannenkoeken op
haar bord. Ze eet er dapper twee van op. Nadat we betalen gaan we met de auto
nog even zoeken naar de cache die we gisteren niet konden benaderen omdat er
wat mensen bij zaten. Deze keer kunnen we hem weer niet vinden. Dus rijden we
maar snel verder. We gaan de Trans Canada Highway op voor een bezoek aan Hells
Gate. Onderweg nog twee caches doen. Allereerst bij een oude kerk in Yale. Er
blijkt een museum aan gekoppeld te zijn. Dat bezoeken we ook maar. We worden
eerst achter de video gezet, maar die duurt de kinderen te lang. Op zich wel
een interessant verhaal over de goudzoekers in de regio, maar het verhaal wordt
verschillende keren verteld. We gaan over tot het bekijken van de expositie.
Het is niet echt de bedoeling dat je dat op eigen houtje doet. Er komt een
mevrouw een verhaal vertellen. Helaas gaat ons dat niet snel genoeg. Dus we
lopen een stukje door. Maar het is toch echt de bedoeling dat we op de gids
wachten. Dus staan we op het grasveldje als er iemand bij komt. Deze figuur
rijdt dezelfde route als wij, dus we komen hem steeds weer tegen. De mevrouw
van het museum verteld interessante verhalen over een boom en over de kerk. We
gaan de kerk in en dat valt niet mee. ’t Is allemaal niet echt oud naar onze
standaard. Wel leuk borduurwerk van de meisjesschool die vroeger in deze regio
heeft gestaan. Als we klaar zijn gaan de kinderen naar een meneer die goud aan
het zoeken is. Hij weet het uit de pan te schudden en uiteindelijk blijven er
twee flintertjes goud over. Hij doet het netjes in een zakje en we krijgen het
mee naar huis.
Daarna zoeken we nog even bij het hek naar de cache die er
moet liggen, maar helaas, we kunnen niets vinden. Dus maar weer door. Na tien
kilometer begint het dal steeds smaller te worden. We komen bij Alexandra
Bridge, een oude brug waar je de rivier beneden je kunt zien stromen. Erg hoog.
Aan de overkant ligt een cache die we zonder veel moeite weten te vinden. Als
we terug zijn op de parkeerplaats eten we onze broodjes rosbief. Ook maken we
de laatste fles water op. We rijden snel door naar Hells Gate. Daar parkeren we
en nemen we de kabelbaan naar beneden. Hells Gate is een vernauwing in de
rivier de Fraser die voor enorme stroomversnellingen zorgt. Boten komen er niet
meer door. De kabelbaan geeft een mooi beeld van de rivier. Aan de overkant
viert de commercie hoogtij. We gaan echter eerst over de hangbrug over de
rivier want dan hebben we dat tenminste gehad. Daarna kijken we bij de
winkeltjes en kopen een dromenvanger voor Anna. Vervolgens eten we een enorm
ijsje en nemen de kabelbaan terug naar de auto. We rijden weer naar Hope terug.
Onderweg stoppen we nog even bij een winkel om te kijken of ze daar thee
hebben. Dat hebben ze dus niet, maar wel water. Dat was op en we kopen een koud
litertje en een kaart van BC. Als we bij het motel aankomen gaan we uiteraard
eerst weer zwemmen. Na het zwemmen snel aankleden en dan de stad in om te eten.
Weer eerst langs het park om te kijken of we nu, met hint, de cache kunnen
vinden. Weer niet. We eten om de hoek bij Darrels Cafe. Dat was bijna aan
sluiting toe. We zijn een van de laatste klanten. Misschien dat het daarom wat
langer duurt om ons eten te krijgen. Het smaakt allemaal prima, maar het is
geen hoogstaand diner. De prijs is echter ook niet hoog, dus het moet maar. Na
het eten proberen we nog even de Othello Tunnels cache te vinden. Uiteindelijk
komen we bij het park waar het moet zijn, maar het is al te donker om er nog
echt naar toe te lopen. Dus we keren om, rijden naar het motel en kruipen in
bed. Tijd om te slapen.
Eten: hamburgers en steak sandwich.
Weer: 24 graden en zonnig.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten