We staan weer vroeg op, want we hebben weer een lange weg te
gaan. Vandaag rijden we heel Belgiƫ door, want ons doel is West Capel en dat
ligt net in Frankrijk. We ontbijten in het hotel en daar moeten we extra voor
betalen. 18 euro voor wat broodjes, minimaal vleeswaren en kaas, een eitje, jus
en koffie. Hoe verzin je het. Maar goed, we hebben het besteld en eten het dus
op. Na het ontbijt kunnen we direct vertrekken, want we hebben de fietsen al
opgepakt. Om iets over half negen vertrekken we dus richting Brugge. Dat ligt
maar 7 kilometer verderop. We zijn dus erg vroeg in deze prachtige stad en
fietsen er in alle rust doorheen. We waren hier vorig jaar uitgebreid, dus we
hoeven niet bij de hoogtepunten stil te staan. Toch fietsen we even naar het
Begijnenhofje, omdat dat altijd bijzonder blijft. En omdat je er voor 11 uur
ook met de fiets in mag. Daarna zeggen we Brugge vaarwel en beginnen we aan de
echte tocht. Eerst de stad uit en een mooi bos in. We komen zelfs nog langs een
katholieke grotto waar alle kaarsjes al weer netjes branden. Als we het bos
uitkomen is het zoals Jacques Brel al omschreef: M’n vlakke land, m’n
Vlaanderenland. Akkerbouw, akkerbouw, akkerbouw. Jammer genoeg gaat het
onderweg regenen als we Ichtergem naderen. Eerst proberen we nog wat, maar al
snel is het regenpak aan. We fietsen door de regen, want we hebben prima pakken
en regen deert ons niet. In Ichtergem zoeken we een cafe om ons wat te laven
aan koffie en lekker taartjes. Dan blijkt maar weer dan niet alle landen even
ver zijn in de ontwikkeling. Kun je in Duitsland en Nederland altijd we wat
lekkers bij de koffie krijgen, in Belgiƫ hebben ze gewoon koffie met niets. Aan
de overkant zit de bakker. Die heeft heerlijke taartjes, koeken en broodjes,
maar daar kun je weer geen koffie krijgen. En dus drinken we koffie en wachten
tot de regen voorbij is in het cafe. Waar overigens Jan en Alleman aan het bier
zit (het is zaterdag en het is al half 11). En als we klaar zijn met de koffie
en de regen gaan we naar de overkant waar we bij het meisje van de bakker
lekker taartjes kopen voor onderweg. Rijstevlaaitjes en kriekentaartjes.
We fietsen snel door, want we willen van het droge weer gebruik maken. Vlak
voor Diksmuide hebben we nog steeds geen bankje gevonden, maar wel zoveel trek,
dat we stoppen en onze taartjes opeten. Daarna door naar Diksmuide. Daar kopen
we broodjes en beleg bij de Carrefour voor de lunch. Diksmuide is een aardig
stadje, maar een tikje besmet door het IJzermonument en de IJzerbedevaart. Beide
zijn nogal controversieel, omdat ze ontstaan zijn uit Vlaams Nationalisme. Men
heeft geprobeerd om beide te hervormen tot symbolen van vrede en
verdraagzaamheid, maar of dat helemaal gelukt is, weet ik niet. De IJzertoren
is wel hervormd tot museum waarin de Eerste Wereldoorlog op een mooie manier
wordt belicht, maar de IJzerbedevaart is nog steeds een toonbeeld van Vlaaams
Nationalisme en veel minder van verdraagzaamheid. We blijven niet lang hangen maar
vervolgen onze weg langs de IJzer naar het zuiden. Als we bij de Knokkeburg
(niet in Knokke) zijn, maken we onze broodjes met pate en varkensvlees.
Heerlijk, maar na een tijdje begint het toch weer te regenen. We kunnen de
fietsen in een handig hokje zetten dat bedoeld is om toeristische informatie te
verschaffen. We blijven dus droog en als de regen over is, pakken we de fiets
weer en peddelen verder. Vlak voor Reninge gaan de hemelsluizen voor de laatste
keer open. We schuilen een beetje en gaan na een tijdje toch full gear. Dat
betekent: regenjas, regenbroek en schoenhoezen. Niets kan ons dan nog deren.
Als we bij de Spar in Reninge komen is het droog en begint de zon te schijnen.
We kopen iets voor het avondeten, want we eindigen in een dorp met niets. Geen
winkel, geen restaurant, zelfs geen friterie. We kunnen ook voor de laatste
keer onze regenkleding inpakken, want de zon is uitbundig gaan schijnen. We
trappen weer door richting Franse grens. In Roesbrugge zie ik plotseling een
bord bij een cafe: eigen bier. Dat kan ik natuurlijk niet zomaar voorbij
rijden. We parkeren onze bolides en gaan naar binnen. Het terras heeft twee
problemen. Er is geen schaduw en dat komt er ook niet, want het waait zo hard
dat de parasols niet uit kunnen. Dan maar naar binnen. Er blijkt inderdaad een
brouwerij te zitten. En het bier is heerlijk. Chris neemt een kopje thee, want
die weet dat we nog 10 kilometer moeten fietsen. Na deze pauze pakken we de
fiets weer en ik moet het inderdaad bezuren. Je voelt de 7% onmiddellijk in je
kuiten en dat komt dus niet van de hellingen waar we tegenop moeten of de wind
die recht van voren blaast. Ergens passeren we de Franse grens, maar dat is dus
niet te zien. We fietsen over een landweggetje en tien minuten later zien we
alleen nog maar Franse auto’s staan. Aangezien we vlak over de grens
overnachten duurt het niet lang meer voor we in West Capel zitten. Officieel is
dit het Nederlands sprekende deel van Frankrijk, maar de eigenaar van de
b&b spreekt alleen Frans en Engels. Hij legt uit hoe alles werkt en hoopt
dat de buren niet al te veel lawaai maken. Blijkbaar hebben ze een feestje. Nu
weet ik weer waarom ik niet naar Frankrijk wilde. De Fransen grijpen elke
gelegenheid aan om lawaai te maken tot diep in de nacht. Op verscheidene
campings door heel Frankrijk was het nachtenlang wakker liggen doordat er een
enorme pot herrie was. Dat lijkt nu ook weer te gebeuren. We wachten af. De
huiseigenaar heeft bier in de koelkast achtergelaten en wij hebben ons eten
meegenomen. Met een biertje erbij verwarmen we onze maaltijd in de keuken. Samen
maakt dat een heerlijk combo. Met een gevulde maag maak ik dit verhaal af.
De video is online, want in Wimereux hebben we glasvezel. Dus dan kun je wel uploaden.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten